Ada van Apeldoorn-Kruissink (1953) is sinds 2008 Manager Zorgeenheid kliniek cardiologie bij de Isala klinieken in Zwolle. Ze hanteert als basisregel dat een afdeling drijft op de intrinsieke motivatie van de medewerkers en is voortdurend op zoek naar de talenten van medewerkers.
Van Apeldoorn betreurt het dat er in de Raad van Bestuur van het ziekenhuis aan de vergadertafel geen lid meer zit met een verpleegkundige achtergrond, zoals de verpleegkundige directrice in het verleden. Zij wordt wel eens gekscherend “hoofdzuster”’ genoemd. Zij vindt dat een eretitel: “Ik ben trots op mijn beroep en wat ik daarin bereikt heb en dat ik het nog steeds met plezier uitoefen. Ik ben er trots op dat op de werkvloer het werk nog met passie gedaan wordt”.
Maar zij ziet ook dat professionals in de knel komen te zitten in een bedrijfsmatig systeem waarin de productie domineert: “Ik weet dat verpleegkundigen vooral voor het vak gekozen hebben om waarde als zorgzaamheid, betrokkenheid, luisteren, nabij zijn . Dat zijn waarden die gaan over betekenisvolle zorg. Die waarden staan onder druk omdat het in de zorg veel gaat over productie, ligduur, doorlooptijd. Aandacht is nu eenmaal moeilijk meetbaar en die verdwijnt dan makkelijk naar de randjes van de zorg. Als je een patiënt vraagt wat hij nodig heeft, zegt hij: ‘Een gesprekje’. Maar er is steeds minder tijd voor dat praatje. Maar die persoonlijke aandacht voor de patiënt vind ik nu juist de kern van het vak verpleegkunde”.
Van Apeldoorn zou de overheid, die de regels bepaalt, op het hart willen binden: het gaat om zorg leveren en dat is iets heel anders dan zorg verlenen. Zorg als product ontbeert zorgzaamheid. Geef professionals voldoende autonomie en waardering. Maar de bal ligt ook bij de beroepsgroep zelf. Professionals moeten zelf het heft in eigen hand nemen en vanuit een intrinsieke motivatie op de barricade gaan.


