header2

Invoering van prestatieloon voor leraren is goed idee




Resultaten

Dienend-leiderschap

omslag dienend leiderschap

Het boek Dienend-leiderschap - Van wetenschap naar succes in de praktijk door Inge Nuijten is gebaseerd op haar proefschrift: Servant-Leadership: Paradox or Diamond in the Rough? dat in 2009 verscheen en tot doel had vast te stellen of dienend-leiderschap een paradox is of een ruwe diamant. Om die vraag te beantwoorden werd gezocht naar een definitie van dienend-leiderschap, naar de maatstaven ervan en naar de effecten op vertrouwen, welzijn en prestaties. Literatuurstudie maakte duidelijk dat dienend-leiderschap ethisch is en anders dan andere vormen van leiderschap omdat de belangen van de mensen waarop de leider invloed heeft op de eerste plaats komen.

Daarnaast wijst het onderzoek uit dat dienend-leiderschapsgedrag uit twee kerndimensies bestaat:

1. dienen: zich op de achtergrond houden, bescheidenheid, authenticiteit, vergeving;
2. leiden: empowerment, rentmeesterschap, verantwoordelijk houden, moed.

Deze gedragsaspecten kunnen gemeten worden met behulp van het meetinstrument van het proefschrift, de Servant-Leadership Survey. Aan de hand van deze vragenlijst is onderzocht of dienen en leiden samen kunnen gaan en positief effect sorteren.

In het Voorwoord schrijft Elmer Mulder, voorzitter van de Raad van Bestuur van VU-medisch centrum dat hij zelf in 1999 was begonnen aan de zoektocht naar goed leiderschap: "In het VUmc probeer ik handen en voeten te geven aan het begrip dienend-leiderschap, het meer en meer zichtbaar te maken. Uit de contacten met collega's van andere instellingen merk ik dat veel leiders behoefte hebben aan duidelijke, praktische voorbeelden van dienend-leiderschap".

Het begrip dienend-leiderschap werd in de jaren zestig geïntroduceerd door de Amerikaan Robert K. Greenleaf in zijn boek De dienaar als leider. Hij schreef: "Het begint met het natuurlijke gevoel dat men in de eerste plaats wil dienen. Daarna maakt men bewust de keuze om te trachten te leiden".

Het boek bestaat uit vier delen: 1. De basis - 2. De effecen - 3. De misvattingen en 4. Toepassing.
In deel 2 wordt o.m. dienend-leiderschap en prestaties behandeld waarin duidelijk wordt gemaakt dat dienend-leiderschap geen verzameling technieken of richtlijnen is om prestaties te bevorderen of mensen het meer naar hun zin te maken op het werk. Dienend-leiderschap is iets wat je doet omdat je weet dat het goed is: het is een manier van zijn.
Maar hoe zit het dan met resultaten en prestaties? Er wordt namelijk vaak beweerd dat niet concreet is aangetoond dat dienend-leiderschap effect heeft op prestaties. Uit onderzoek blijkt nu dat in de praktijk dienend-leiderschap tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. Als die tijd gegund is, dan zijn de prestaties zeker het wachten waard.
Het motief evenwel om met dienend-leiderschap aan de slag te gaan is dat je graag mensen wilt helpen in hun ontwikkeling en dat vergt een leven lang leren, ontwikkelen en investeren.

Bedrijven die dienend-leiderschap momenteel toepassen zijn o.a.: South West Airlines, Carrollton Police Department, Container Store, Pieper Power, Synovus, the Toro Company.
Naast invidivuele leiders, zijn ook in Nederland verschillende organisaties al enkele jaren succesvol met dienend-leiderschap bezig: Voerman UTS, ICM. Vumc, Akzo-Nobel (divisie decorative paint) en de Koninklijke Marechaussee.

Deel 4 over de toepassing van dienend leiderschap begint met de aansporing "Aan de slag", en dat betekent dat dienend-leiderschap altijd met jezelf begint. In die zin is het persoonlijk leiderschap en kan iedereen het tonen, of liever gezegd "zijn". Goede leiders zijn in de eerste plaats goede mensen en dienend-leiderschap is niet alleen voorbehouden aan formele leiders, maar aan iedereen.

Aan het slot van het boek geeft Inge Nuijten een mooi voorbeeld van dienend-leiderschap en het creëren van verbondenheid of gemeeschapszin aan de hand van een noodlijdend bedrijf dat biologische producten aan klanten leverde. Door te luisteren naar alle betrokken partijen en het smeden van saamhorigheid kreeg de leider het voor elkaar het bedrijf niet alleen van de ondergang te redden door middel van kostenbesparing, verbeterd assortiment en enthousiasme van zijn medewerkers, maar ook te doen groeien.

Volgens Greenleaf is "gemeenschapszin de kennis die we kwijt zijn in deze tijd". Verbinding maken is dus het devies.
En hoe luidt nu het antwoord op de vraag of dienend-leiderschap een paradox is of een ruwe diamant? Het antwoord is natuurlijk een ruwe diamant die door slijpen en vormgeven met een bekwame en geduldige hand uiteindelijk gaat schitteren.

Dienend-leiderschap - Van wetenschap naar succes in de praktijk, door dr. Inge Nuijten, 140 p., uitgave in eigen beheer, 2011, € 26,95 (incl. btw, excl. verzendkosten).
Te bestellen op: www.ingenuijten.nl en vanaf februari eveneens via de (online) boekhandel.

 

Eigentijds idealisme

omslag eigentijds idealismeEigentijd idealisme - Een afrekening met het cynisme in Nederland is gebaseerd op De Lage Landen en het hogere, een groot onderzoek naar de betekenis van geestelijke beginselen in Nederland, uitgevoerd tussen 2008 en 2011 aan de Universiteit van Tilburg. De wetenschappelijke editie van 600 pagina's verschijnt in januari, 2012.

De auteur van het boek is Gabriël van den Brink, hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lector aan de Politie Academie. Hij schrijft in het Voorwoord:
 "Er waart in Nederland al geruime tijd een geest van negativisme rond. Je hoort wel eens dat deze geest teruggaat op de aanslagen die tien jaar geleden in New York  plaatsvonden.
Dat is een misvatting. Het nihilisme heeft een veel langere geschiedenis en het komt niet alleen uit dramatische gebeurtenissen voort. Het berust - onder andere - op een filosofisch materialisme dat zich in het kielzog van de secularisatie overal in het Westen breed maakte. Velen geloven dat religieuze waarden, morele idealen en levensbeschouwelijke beginselen er in de moderne samenleving niet meer toe doen. Het is dan ook niet vreemd dat de publieke meningsvorming in het teken staat van onbehagen en ontgoocheling".

Eigentijds idealisme wil nu afrekenen met dat negativisme en laten zien dat Nederlanders, vergeleken met andere landen, in het vormgeven aan hun geestelijk engagement voorop lopen. Statistieken uit een vergelijkend Europees onderzoek wijzen namelijk uit dat verreweg de meeste Nederlanders hogere waarden, geestelijke beginselen of morele idealen aanhangen. Nederland is bijvoorbeeld kampioen in het vrijwilligerswerk en in het geld geven aan goede doelen.
Dit alles geeft niet alleen een ander beeld dan gebruikelijk, het biedt ook hoop aan allen die het gangbare cynisme afwijzen.

In het boek worden acht personen geportretteerd die vertellen over hun drijfveren, gekoesterde idealen en de manier waarop het Hogere zich in hun leven manifesteert. De acht geïnterviewden verschillen van maatschappelijke achtergrond, beroep of politieke voorkeur. 
Aan het woord komen een beheerder van een sportvereniging met een uitkering, een free-lance fotograaf, een manager, een analist bij de politie, een arts, een marinier, een motor-coureur en een  schrijfster.

Het boek besluit met een hoofdstuk, getiteld "Hernieuwing van de civil society" dat pleit voor een positief engagement met de publieke zaak. Totnutoe krijgen zaken als het verwoorden van idealen, gemeenschapsvorming, de verbeelding aanspreken, onbaatzuchtig handelen en werken voor de langere termijn in het politieke leven nauwelijks een kans. Terwijl politiek in de ware zins des woords juist van dat soort ingrediënten leeft. Het is daarom niet vreemd dat veel burgers negatief over samenleving en politiek denken hoewel diezelfde burgers in hun eigen kring heel goed weten waar het eigenlijk om gaat.
Om een oplossing te vinden voor deze paradox is een nieuw soort civil society noodzakelijk. Veel burgers zouden geholpen zijn met zich te verenigen op een nieuwe grondslag. Dat gebeurt overigens al. In de V.S. bijvoorbeeld identificeren mensen zich persoonlijk met een specifieke zaak of een concreet probleem. Dat blijkt een efficiënte methode om maatschappelijk verandering na te streven en mensen samen te brengen en de krachten te bundelen. Voorbeelden zijn milieuactivisten of homo-emancipatie bewegingen.
Van den Brink pleit voor het ontwikkelen van civic talk, een publiek gesprek dat de alledaagse ervaring van mensen verbindt met een maatschappelijke visie en politieke gezichtspunten.

Eigentijds idealisme. Een afrekening met het cynisme in Nederland, door Gabriël van den Brink, 104 p. , University Press, Amsterdam, 2011, € 12,50.

 
Rechtspraak is mensenwerk

omslag rechtspraak is mensenwerk

Hoe beleven rechters hun vak? Met wat voor dilemma's worstelen zij?
Nederland telt meer dan tweeduizend rechters: mannen en vrouwen die dagelijks rechtspreken. Hun vonnissen zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de objectieve regels van het recht, maar ook persoonlijke afwegingen spelen een rol. Dat maakt rechtspraak tot mensenwerk. En mensen maken fouten.
We denken aan de Schiedammer parkmoord of de vrijlating van Saban B. Of aan de wraking van rechters in het proces Wilders.
Maar strafzaken vormen maar een klein deel van het werk van rechters. In het boek Rechtspraak is mensenwerk komen aan het woord: een bestuursrechter, kantonrechter, kort gedingrechter, familierechter, vreemdelingenrechter, een raadsheer, een raadsheer-plaatsvervanger, een opleider, een generalist, een rechter-commissaris, een vakbondsman, een hoveling, een gelovige rechter en een jonge rechter.

De vragen die in dit boek aan bod komen zijn uit het leven gegrepen van zestien rechters die hardop nadenken over hun ambt. Een van die vragen betreft de opstelling van televisiecamera's in de rechtszaal. Dat verandert het gedrag ter zitting, zo wordt geconstateerd, zeker als het om geruchtmakende strafzaken gaat, en dat is riskant. Maar de geïnterviewde rechters laten in dit boek veel meer van zichzelf zien dan een camera in de zittingzaal ooit zou kunnen registreren.
De rechters spreken openhartig over hun werk en hun persoonlijke ervaringen van rechtspreken.

Het boek heeft een Voorwoord van Ernst Hirsch Ballin, voormalig minister van Justitie en van Binnenlandse Zaken en een Nawoord van de beide auteurs van het boek die de rechters hebben geïnterviewd: Michiel van Kleef, hoofdredacteur van het juristenmagazine Mr., en zijn dochter Suse van Kleef die een opleiding volgt aan de School voor de Journalistiek.
Zij schrijven dat de interviews zijn afgenomen onder de voorwaarde dat de betrokkenen naderhand de vrijheid zouden hebben hun uitspraken te nuanceren of te verduidelijken.
"En dat hebben we geweten ook", aldus de auteurs: "Veel geïnterviewden bekeken de tekst als ware het een vonnis, met aandacht voor (alle mogelijke betekenissen van) letterlijk elk woord. Vrijwel alle rechters toonden zich in de gesprekken zeer openhartig, maar sommige krabbelden naderhand terug. Enkele interviews kwamen zelfs vuurrood van de correcties retour. Rechters blijken een broertje dood te hebben aan wat bekend staat als spreektaal. Stijlbreuken hebben we teruggedraaid. De meeste correcties hebben we overgenomen, wat er hier en daar toe leidt dat de uniformiteit in stijl en taalgebruik wellicht niet optimaal is".

Het is te merken dat er (teveel) gesleuteld is aan de teksten. Daardoor wordt het lezen vaak eentonig. In plaats van levendige journalistieke interviews met uitspraken van geïnterviewden, krijgen we nu te maken met een zakelijke, wat brave verteltrant. Niet dat de inhoud braaf is. Recht spreken en alles wat ermee te maken heeft is boeiend en vooral in dit boek is het lonend tussen de regels door te lezen. Dan blijkt dat rechters met meer dilemma's worstelen dan op het eerste gezicht lijkt. Hoe ze zich gebonden voelen aan de erecode, de zwijgplicht, maar graag transparant willen zijn en openlijk kritiek zouden willen leveren op de toenemende  werkdruk, de regelzucht en op van hogerhand verordonneerde maatregelen als het verhogen van de griffierechten. Een serieuze klacht is dat de politiek steeds dichter op de rechtspraak komt te zitten.
In elk hoofdstuk kunnen we volgen wat de rechter beleeft, denkt en vindt en hoe hij of zij functioneert op het werk.

Toch nog een opmerking over de akelige, langzaam ingeslopen gewoonte van misplaatste controle en regelzucht in de Nederlandse journalistiek. De neiging van geïnterviewden om de totale regie over artikelen te claimen en de interviewende journalist te beschouwen als slechts doorgeefluik, gaat helaas ten koste van de kwaliteit, de dynamiek en de authenticiteit. Het is jammer dat het nalezen van tekst op technische fouten en het hier en daar aanbrengen van een noodzakelijke correctie in enkele decennia tijd uit de hand is gelopen en uitgemond in deze kwalijke gewoonte. Elke discipline, elk beroep heeft zijn eigen beproefde methoden en die respecteren levert winst op voor alle partijen en bevordert het vertrouwen in mens en beroep.

Rechtspraak is mensenwerk, door Michel van Kleef en Suse van Kleef, 207 p., Uitgeverij Athenaeum, 2011, € 19,95.

 De moed tot waarheid

omslag de moed tot waarheidLe courage de la vérité, de moed om de waarheid te vertellen is het thema van de laatste reeks colleges die de Franse denker Michel Foucault (1926 - 1984) in het laatste jaar van zijn leven gaf aan het fameuze Collège de France in Parijs, waar hij sinds 1970 de leerstoel "Geschiedenis van denksystemen" bekleedde. Die colleges zijn nu gebundeld in het boek: De moed tot waarheid.
Deze laatste colleges, gegeven in een bomvolle zaal met toehoorders, worden wel beschouwd als Foucaults intellectuele testament.
"Waarom de waarheid? Waarom is men om de waarheid bezorgd, en wel meer dan om zichzelf overigens? En waarom draagt men slechts via de zorg om de waarheid zorg voor zichzelf? Ik geloof dat we hiermee een fundamentele vraag aanroeren, die ik de vraag van het Westen zou willen noemen: wat is er gebeurd waardoor de hele westerse cultuur om die veelvormige waarheidsplicht is gaan draaien?"

De collegereeks begint met de uitwerking van het begrip parrhesia, het waarheidspreken of vrijmoedig spreken en de evolutie van de betekenis ervan in de Grieks-Romeinse cultuur. Foucault legt tevens het verschil uit met het moderne Cartesiaanse concept van bewijs. Het bezitten van de waarheid heeft te maken met het bezitten van bepaalde morele kwaliteiten. Als iemand morele kwaliteiten heeft, dan is dat een bewijs dat hij toegang heeft tot de waarheid en vice versa.
De "parrhesiast" is iemand die morele kwaliteiten heeft die noodzakelijk zijn om, ten eerste, de waarheid te kennen en, ten tweede, om deze waarheid aan anderen over te dragen.
Als er al een soort "bewijs" is van de oprechtheid van de parrhesiast, dan is dat wel zijn moed. Het feit dat een spreker iets gevaarlijks zegt - anders dan wat de meerderheid beweert  - is een sterke aanwijzing dat hij een "parrhesiast" is.

Op pagina 100 staat een mooi voorbeeld van parrhesia, ontleend aan hoofdstuk 14 van de Atheense Constitutie van Aristoteles en Plutarchus' boek Het leven van Solon.
De wijze Solon is getuige van de opkomst van de jonge Pisistratus die op het punt staat uit eigen naam de heerschappij over Athene te gaan uitoefenen, wat men tirannie noemt.
Pisistratus wil een persoonlijke lijfwacht aanstellen, in de Griekse stadstaten het traditionele middel om de macht over te nemen. Solon gaat naar de Volksvergadering, als eenvoudig burger van Athene, maar wel uitgerust met speer en schild. Met dit gebaar wil hij duidelijk maken wat er gaande is. Door de persoonlijke lijfwacht ziet Pisistratus de burgers van Athene als vijanden waartegen hij eventueel moet strijden. Wanneer de heerser optreedt als iemand die militaire macht uiitoefent en met een gewapende macht de andere burgers bedreigt, is het gebruikelijk dat de burgers op hun beurt bewapend arriveren.
Om de Volksvergadering te bekritiseren, die Pisistratus zojuist toestemming voor een persoonlijke lijfwacht gegeven had, zegt hij tegen zijn  medebugers: "(Ik ben) wijzer dan degenen die het complot van Pisistratus niet doorzien, en dapperder dan degenen die het wel in de gaten hebben, maar uit angst erover zwijgen".
De Raad antwoordt dat Solon gek is - mainesthai - waarop Solon antwoordt: "Binnenkort zal de tijd aan de burgers mijn waanzin bewijzen, namelijk dan, als de waarheid open aan 't licht zal treden".
Na dit voorbeeld voert Foucault Socrates op, die niet naar het podium zou gaan om de waarheid  in het openbaar - dêmosia - te spreken. Socrates liet zich daarvan afhouden door de stem van zijn daimoon - zijn innerlijke stem. En waarom? Om hem te weerhouden aan politiek te doen. Waarom in Socrates' geval geen politieke parrhesia? Foucault legt het overtuigend uit.

De moed tot waarheid is toegankelijk geschreven en bestemd voor iedereen die geïnteresseerd is in filosofie, historie, politiek, maatschappij en bestuur.

De Moed tot Waarheid, door Michel Foucault, 412 p., uitgeverij Boom Amsterdam, 2011,
€ 29,90.

 
Buigzame zorg in een onbuigzame wereld

omslag buigzame_zorg_in_onbuigzame_wereld

 Het boek Buigzame zorg in een onbuigzame wereld - Presentie als transitiekracht is de neerslag van het transitieproject "Presentie: radicale aansluiting van 0 - 100", een experiment dat deel uitmaakte van het landelijke Transitieprogramma in de Langdurende Zorg in de periode 2008 - 2010.
Het project werd ontwikkeld vanuit een groeiende bezorgdheid van onder meer de politiek en brancheorganisaties over de toekomst van het zorgstelsel in Nederland en had tot doel om via experimenten impulsen te geven aan radicale vernieuwing van de wijze waarop de zorg in Nederland georganiseerd en gefinancierd wordt.  In het project "Presentie: radicale aansluiting van 0 - 100" is de beoogde transitie nagestreefd door invoering van de presentiebenadering.

In de presentiebeoefening wordt de verbetering van de zorg in eerste instantie niet nagestreefd door uit te gaan van het systeem en de perfectionering daarvan, maar door de cliënt en diens logica als vertrekpunt te nemen. Anders gezegd: de verbeteringen van de zorg worden niet gezocht in bijvoorbeeld een verdere regulering, het aanreiken van protocollen en andere technieken of het innoveren van een zoveelste evidence-based methodiek. Presentie gaat daarentegen terug naar de kern van de zorg: de mens die op zorg is aangewezen en de zorgrelatie waarbinnen deze zorg tot stand moet komen.

Presentie is geen methode, maar een benadering, die kiest voor het zogeheten "diep leren" waarbij allerlei menselijke vermogens betrokken worden zoals waarnemen, interpreteren en wilsvorming en waarbij allerlei vaardigheden worden eigen gemaakt, zoals bijvoorbeeld cognitief leren, moreel beraadslagen of emotioneel en affectief reflecteren. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van middelen als  teksten, films, colleges, ontmoetingen, perspectiefwisselingen, intensieve beraadslagingen of verhalen.

In veel opzichten is er sprake van "educatie" of Bildung. Presentie onderscheidt zich daarmee van de meeste zorgmethoden. De bedoeling is dat ingeslepen patronen en culturen van huidige zorgregimes plaats maken voor de opbouw van de transitiekracht.

Presentie vraagt van je dat je je openstelt. Maar wat dan? Wat moet ik als ik me geopend heb, vrij waarneem en welwillend interpreteer? Wat gaat mij dat brengen, en wat is daar het doel van? Het antwoord zal zijn: doe het, doe het goed en je ontvangt vanzelf het antwoord op deze vragen. Dat klinkt vaag maar is het allerminst. Het is het buitengewoon werkzame en vruchtbare beginsel in de zorg dat de zorggever niet tevoren moet willen bepalen wat goed is om te doen maar dat het ter plekke moet blijken. Voor veel mensen druist deze manier van doen zozeer in tegen hun gewoonten dat ze de grootste moeite hebben ermee aan de slag te gaan.
Presentie is improviseren, je almaar afstemmen op de ander en op wat zich voordoet en je afvragen wat je ermee kunt. Wat goede zorg is, moet - puttend uit tal van bronnen waaronder hoogwaardige vakkennis - telkens opnieuw ter plekke worden uitgevonden.

Presentie wil het maatschappelijk debat aanwakkeren over de transitie naar menslievende zorg binnen rechtvaardige instituties van een fatsoenlijke samenleving.
Het boek telt zes hoofdstukken: Presentie als transitie-experiment; De praktijk; Het leren van presentie; Opbrengsten van presentie; Presentietransitie in een organisatorische context; Slotbeschouwingen, en is geschreven door vier auteurs, onder wie prof.dr. Andries Baart, de geestelijk vader van de presentietheorie. Baart is bijzonder hoogleraar aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit van Tilburg en verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

Buigzame zorg in een onbuigzame wereld - Presentie als transitiekracht, door Andries Baart, Jolanda van Dijke, Marjanneke Ouwerkerk en Elly Beurskens, 345 p., Boom Lemma Uitgevers, 2011, € 29,50.

 
De burger als bondgenoot

omslag de_burger_als_bondgenoot_henri_beundersOp 27 september 2011 hield Henri Beunders de achtste Rob-lezing: De burger als bondgenoot - Over de noodzaak van radicale interactie tussen elite, bestuur en volk in Den Haag.

Rob staat voor Raad van het Openbaar Bestuur en adviseert over de inrichting en het functioneren van de overheid. Doel is het verbeteren van doelmatigheid. De Rob besteedt in het bijzonder aandacht aan de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat. De komende tijd staat het begrip 'vertrouwen' centraal, binnen het bestuur en tussen bestuur en burger.
Prof.dr. Henri Beunders is hoogleraar Geschiedenis, Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit.

Hij leidde zijn lezing in met...."Wij zien voor ogen hoe bijna alle dingen die eenmaal vast en heilig schenen, wankel zijn geworden: waarheid en menselijkheid, rede en recht. Wij zien staatsvormen die niet meer functioneren, productiestelsels die op bezwijken staan. Wij zien maatschappelijke krachten die in het dolzinnige doorwerken. De dreunende machine van deze geweldige tijd schijnt op het punt vast te lopen".
Dit citaat vormen de eerste regels van het essay dat Johan Huizinga in 1935 publiceerde onder de naam: In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijke lijden van onze tijd.

Beunders begint in zijn lezing met het benoemen van "de feiten die ons overstelpen", gevolgd door uiteenlopende reacties op wat sommigen de crisis van de democratie van deze tijd noemen, het gebrek aan legitimiteit en het gebrek aan vertrouwen in "de politiek'.  Daarna komen de bestaande interactie tussen overheden en volk, en de rol die 'de publieke opinie' - met name internet - hierin speelt.

Aan het slot komen de oplossingen voor de politiek-bestuurlijke en maatschappelijke problemen van vandaag aan bod. Enerzijds de terugkeer naar de menselijke maat, ofwel de fysieke communicatie tussen bestuurders en burgers. Anderzijds de sprong vooruit naar al dan niet digitaal georganiseerde methodes, samengevat  in de term The wisdom of crowds.
Een voorbeeld is dat over een moreel probleem als euthanasie - ja of nee - op een andere wijze beslist moet worden, dan over het grote scooterprobleem in Amsterdam, of de poging de buurt te ontdoen van zwerfvuil of in zijn geheel in sociale zin op te krikkenk of als het gaat om conflicten tussen tegenover elkaar staande etnische groepen. 
Succesvolle burgerparticipatie kent vele variaties.
Beunders gelooft dat door het actief starten van een radicale interactie tussen elite, bestuur en volk, nieuwe en vruchtbare, tijdelijke of permanente, bondgenootschappen met de burgers tot stand gebracht kunnen worden. En dat vereist, om te eindigen met het door Huizinga gebruikte woord katharsis als aanzet tot oplossingen: een inwendige loutering bij zowel individu, elite als overheid.

Beunders' lezing is in een boekje te lezen. Erin opgenomen zijn ook het Welkomstwoord van Rob-voorzitter Jacques Wallage en de kanttekeningen die Sarah L. de Lange plaatste bij Beunders' lezing. Zij komt tot de conclusie dat de participatieve democratie en de representatieve democratie elkaar kunnen aanvullen, mits beleidsmakers en politici goed nadenken over het hoe en waarom van democratische vernieuwing.
De uitgebreide literatuurlijsten achterin geeft veel voer tot verdere verdieping en laten zien wat er in Nederland de laatste jaren over het onderwerp burger, bestuur, participatie en democratie allemaal geschreven is.

De burger als bondgenoot - Verslag van de achtste Rob-lezing, door Henri Beunders, 40 p., uitgave van Raad van het Openbaar Bestuur, Den Haag, 2011. www.rob-rfv.nl.

Aan te vragen via e-mail:  Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.


De blauwe diender

omslag de blauwe dienderDe blauwe diender is een kroniek van het politieleven van Jacques Smeets. Opgegroeid in een rustig Zuid-Limburgs dorp koos hij in 1969 voor het politieberoep, nadat hij eerst met de afkeuring door zijn vader moest afrekenen. De opleiding duurde een jaar en vond plaats in de interne politieschool te Heerlen. Op 1 oktober 1970 begon hij zijn loopbaan in Maastricht.

Smeets werd, zoals alle collega's, geconfronteerd met geweld, agressie en onnatuurlijke dood. Hij kreeg te maken met een hiërarchische machocultuur. Dertig jaar lang werkte hij met volle overgave in Maastricht om de samenleving een stukje veiligheid te bieden, overlast op straat aan te pakken en de criminaliteit, waar mogelijk, een halt toe te roepen. Hij kreeg  indrukwekkende gebeurtenissen te verwerken, als diender in het blauw, als ME-er en als rechercheur.

In 1998 werd Smeets plotseling ziek, de automatische piloot werd uitgeschakeld en de zin in het werk verdween. Hij stond op het punt om het politieberoep vaarwel te zeggen. Na een lange lichamelijke en geestelijke worsteling genas hij. Hij veranderde, als mens en als politieman, net zoals de samenleving en het vak continue verandert. Hij begon over het beroep en zijn ervaringen te schrijven.
In 2007 kwam zijn eerste boek uit. Het droeg de toepasselijke titel: De bezieling van een politieman (uitverkocht). Jacques bleef over het beroep schrijven en dat leidde tot De blauwe diender. De kroniek beschrijft zijn politieleven tot aan het aankomende pensioen en een voorzichtige kijk daar overheen.

In de stad Nijmegen staat pal voor het regionaal politiebureau, midden in het straatbeeld, een sculptuur van de blauwe diender, 2,5 meter hoog. De maker ervan, Ronald Tolman, vond dat een diender gezag en autoriteit moest uitstralen, vandaar de hoogte van het beeld en de grote handen. Hij toont evenwel ook meteen de kwetsbaarheid, zo staand midden op straat.

In De blauwe diender beschrijft Smeets de teloorgang van autoriteit en gezag door de jaren heen en vooral ook de kwetsbaarheid die hij aan den llijve heeft ondervonden. Tegelijkertijd probeert hij de lezer te tonen dat een kritische kijk op jezelf van wezenlijk belang is bij de uitoefening van dit boeiende beroep.

Het boek is niet uitsluitend bestemd voor politiemensen, maar ook voor andere beroepen in de hulpverlenende sector. Deze groep wordt steeds vaker en heftiger belaagd, beschimpt en uitgekotst. Wellicht helpt dit boek de lezer een eindje op weg naar een goede balans tussen enerzijds begrip voor de frustraties binnen de samenleving en anderzijds het eigen incasseringsvermogen als dienaar van de wet of hulpverlener. 

De blauwe diender, door Jacques Smeets, 236 p., uitgeverij Shaker-Media, 2e druk 2011,  € 17,50. Te bestellen via de boekhandel of rechtstreeks bij de uitgever op www.shaker-media.nl

   
De laatste manager

omslag_de_laatste_manager"De laatindustriële mens had zich georganiseerd in grote, logge organen die niet meer te besturen waren en die alleen met angst, onderdrukking of financiële prikkels overeind konden worden gehouden. Grote legers functionarissen, managers genaamd, moesten erop toezien dat de gewone werker, eufemistisch "medewerker" genoemd, datgene uitvoerden wat de top van de organisatie had bedacht. Uiteindelijk verloren ook zij de greep op hun organisaties en stortten deze tijdens enkele crises aan het begin van de eenentwintigste eeuw als kaartenhuizen in elkaar".

Aldus begint Kuiken de inleiding tot zijn boek De laatste manager - Een pleidooi voor vrijheid, gelijkheid en ondernemerschap. Zou er over honderd jaar op deze manier over ons worden geschreven? Wie weet. In elk geval hopen de schrijver en veel mensen met hem dat onze nazaten de berichten over de economische, de morele en de milieucrisis toch op zijn minst met verwondering en onbegrijp bekijken.

Deel I van het boek gaat over het einde van de organisatie zoals wij die kennen. Aan de hand van zeven symptomen kunnen we aflezen waarom het einde wel móet naderen: cholesterol, beroepszeer, vrije radicalen, groeistuipen, mentaal verzuim, aderverkalking en geldzucht.
Deel II is een zoektocht naar de nieuwe organisatie in Nederland en het buitenland. Kuiken bezoekt  een ziekenhuis, het leger, een zakelijk productiebedrijf in Brazilië, een adviesbureau op financieel gebied, een IT-bedrijf, een verzekeringsbedrijf, twee fabrieken, een bedrijf in technologie en de politie.

Oude, hiërarchische bolwerken brokkelen af en daarvoor in de plaats komt zelfsturing. Medewerkers krijgen meer vertrouwen, verantwoordelijkheid en zeggenschap. En al is zelfsturing niet eenvoudig, schrijft Kuiken, als de organisatie gebruik leert maken van de creativiteit, de inzet en het zelfdenkend vermogen van medewerkers is er nauwelijks nog belemmering voor zelfsturing.
Van de door Kuiken geportretteerde organisaties, van Buurtzorg Nederland en Ten Cate tot Semco en Interpolis, is minstens twintig tot dertig procent productiever en creatiever dan vergelijkbare organisaties die het oude model van command and control hanteren. Zelfsturing levert tevreden medewerkers die met plezier naar hun werk gaan, minder vaak ziek zijn en zich meer betrokken voelen bij hun werk.
Kuiken besluit met het noemen van zeven belangrijke principes voor het realiseren van een nieuwe, voor de eenentwintigste eeuw geschikte organisatie of onderneming.

De laatste manager - een pleidooi voor vrijheid, gelijkheid en ondernemerschap, door Ben Kuiken, 224 p., Uitgeverij Haystack, 2010, €19,95.

Klik hier voor de video met Ben Kuiken op deze site: Laten we stoppen met managen!


Vertrouwen op democratie


omslag vertrouwen_op_democratieIn 2010 verscheen het rapport Vertrouwen op democratie van de Raad voor het openbaar bestuur - Rob. De Rob is een adviesraad van de regering en het parlement. De wettelijke taak van de Raad is de regering en het parlement gevraagd en ongevraagd adviseren over de inrichting en het functioneren van de overheid.
De huidige voorzitter is Jacques Wallage, bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen.

In Vertrouwen op democratie doet de Raad voor het openbaar bestuur concrete aanbevelingen voor de vier belangrijkste democratische actoren: politieke partijen, parlement, media en burgers zelf. Volgens de Raad hebben mensen nog steeds vertrouwen in de organen die ons democratische bestel vormgeven, zoals de regering en de Tweede Kamer, maar vertrouwen zij de instituties en personen die deze organen bemensen veel minder.
Het ontstaan van deze legitimiteitscrisis laat zich verklaren door de kloof. Niet in de betekenis van de gangbare kloof, de veronderstelde afstand tussen burgers en politici die zou maken dat politici niet weten wat er leeft onder burgers. Nee, volgens de Raad is sprake van "de andere kloof": de samenleving horizontaliseerde in haar verhoudingen, terwijl het politieke bestuur goeddeels als vanouds – dus uitgaande van verticale, hiërarchische gezagsverhoudingen – bleef opereren. Dat wringt.
Deze kloof tussen de politiek en de samenleving is onaanvaardbaar groot. Het tast het gezag van de overheid aan. 

De verticaal georganiseerde politieke instituties moeten nieuwe verbindingen met de burgers aangaan. Die opereren niet langs verticale, maar langs horizontale lijnen. De overgang van een partijendemocratie naar een publieksdemocratie is onontkoombaar. Politieke partijen, parlement, media en burgers kunnen ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid die kloof dichten.
Politieke partijen moeten meer gaan opereren vanuit beginselen en waarden. Ze moeten geen beleidsprogramma's uitdragen, maar beginselen. Ze moeten zich reorganiseren. Het donateurschap invoeren is een manier om meer mensen aan zich te binden. Voor het parlement moet het politieke primaat niet heilig zijn, de kwaliteit van het democratisch proces telt evenzeer.  

Participatie van burgers moet over de hele linie worden vergroot. Het parlement moet burgers vroegtijdig betrekken bij besluitvorming. Per onderwerp bekijken hoe dat het beste vorm kan krijgen. Gekozen burgemeester. Referenda. Het parlement moet zich niet binden aan een gedetailleerd regeerakkoord. De Kamer moet een platform van kennisverwerving worden, door bijvoorbeeld hoorzittingen.

Media kunnen de kwaliteit van de meningsvorming op een hoger plan brengen. Media moeten zich meer verantwoorden. Dat kan door middel van een mediacode – naar analogie van de code-Tabaksblat voor het bedrijfsleven – en het instellen van een nationale mediaombudsman, waar burgers terecht kunnen met klachten over de informatievoorziening.

Geen democratie zonder goed burgerschap. Mensen moeten meer kennis over het openbaar bestuur krijgen. Meer aandacht voor burgerschapsvorming in het onderwijs. Burgerschapsvorming verdient nieuwe impulsen.

De Raad voor het openbaar bestuur wil graag in discussie over zijn adviezen. Via de website van de Rob kan iedereen meedoen met deze discussie. U kunt stemmen op stellingen, aangeven welke aanbevelingen voor u belangrijk zijn of een reactie achterlaten. Website van Rob: www.rob-rfv.nl/

Vertrouwen op democratie, uitgave van Raad voor het openbaar bestuur, Postbus 2001, 2500 EA Den Haag, 2010, 74 p. Het boekje is te downloaden in pdf formaat: klik hier.

Eropaf! - De nieuwe start van het sociaal werk

                             
omslag_eropafCultuurpsycholoog en publicist Jos van de Lans is voorzitter van de Stichting Eropaf! en initiatiefnemer van de Canon Sociaal Werk.
Hij stond, samen met Marc Räkers*) en anderen, in 2003 aan de wieg van de Eropaf beweging die op een proactieve manier probeerde huisuitzettingen te voorkomen. In het boek Eropaf! - De nieuwe start van het sociaal werk schrijft Van der Lans over dat begin:
"We wilden een systeem op poten zetten op basis waarvan maatschappelijk werkers en corporatiemedewerkers onmiddellijk aan de bel zouden kunnen trekken als mensen huurachterstand lieten oplopen. Met een stevige nota probeerden we instellingen voor ons plan te winnen en toen we om een titel verlegen zaten, schreven we erboven: Eropaf - een aanvalsplan tegen huisuitzettingen in Amsterdam.
Inmiddels is Eropaf zo ongeveer een merknaam geworden. We hebben een stichting onder die naam opgericht, er zijn congressen georganiseerd, publicaties verschenen. Het woord heeft zelfs een plek gekregen in het officiële regeringsbeleid. Het is een van de 'ankerpunten' van het programma 'Welzijn nieuwe stijl', waarmee staatssecretaris Jet Bussemaker een impuls probeerde te geven aan een ander soort welzijnswerk".

Eropaf is fundamenteel anders werken, en niet de zoveelste nieuwe modeterm voor een vorm van hulpverlening. Dat anders werken werd verwoord in het Manifest Eropaf! 2.0 - Tien kernwaarden dat tien basisuitgangspunten op een rijtje zet om duidelijk te maken dat de eropaf-aanpak niet betekent dat je even iets anders doet, maar voor sociale professionals een principiële perspectiefwisseling behelst.
Van der Lans wil de beste professionals aan het front aan het werk zetten. Hij legt uit hoe het komt dat zij uit de frontlinies van deomslag_eropaf_manifest samenleving zijn verdwenen en wat er allemaal moet gebeuren om hen er weer een rol van betekenis te laten spelen.
De ervaring heeft Van der Lans geleerd dat er zich een nieuw soort professional ontpopt in de samenleving. Een die probeert te ontsnappen aan de kokers van bureaucratische omslachtigheden en breekt met de weinig realistische sfeer van de spreekkamer. Hij heeft ook oog voor het mobiliseren van sociale netwerken en zich zondert zich niet af in een deelspecialisme.

Het boek Eropaf! gaat over professionals die werken aan een nieuwe start van het sociaal werk. Hun staat nog een lange mars te wachten, aldus Van der Lans, want er moet veel veranderen om deze start ook tot nieuwe duurzame praktijken te laten leiden: "In beroepsopleidingen, in welzijnsorganisaties, in stadhuizen, zullen we anders over welzijn en zorg moeten gaan nadenken en vervolgens besluiten. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning, WMO, biedt daarvoor ook een uitgelezen kans om schoon schip te maken met oude gewoonten en praktijken".

Sinds het verschijnen van het boek en het manifest is Jos van der Lans een veel gevraagd spreker op al die plaatsen waar mensen nadenken over nieuwe omgangsvormen tussen overheid en burgers. Zo is hij uitgegroeid tot de ambassadeur van wat inmiddels bekend staat als "Welzijn nieuwe stijl".
Op 1 december 2010 maakte Filmschool IrisZorg in Nijmegen een registratie van zijn spraakmakende voordracht waarin hij het publiek meeneemt door de geschiedenis van het sociaal werk om tenslotte uit te komen bij de actualiteit van bezuinigingen en onvermijdelijke veranderingen. Het resultaat is een leerzame dvd. Kosten € 10,- (www.eropaf.org)

Eropaf! - De nieuwe start van het sociaal werk, door Jos van der Lans, 183 p., uitgeverij Augustus, eerste druk 2010, € 16,50.

Manifest Eropaf! - Tien kernwaarden, door Marc Räkers en Max A. Huber, 56 p., uitgave van Stichting Eropaf!, € 6,-.

*) Marc Räkers is Voortrekker van de Stichting Beroepseer: klik hier 

Klik hier voor de video met Marc Räkers: Eropaf! Outreachend werken met fatsoen en compassie.


Uit de schaduw van het zorgsysteem - Hoe Buurtzorg Nederland zorg organiseert

omslag_uit_de_schaduw_van_het_zorgsysteem

Uit de schaduw van het zorgsysteem door Annemarie van Dalen is de weerslag van een onderzoek bij de thuiszorgorganisatie Buurtzorg Nederland.
Buurtzorg is binnen drie jaar tijd uitgegroeid tot een organisatie met ruim tweeduizend medewerkers en is het meest opvallende initiatief in de zorg. Veel mensen voelen zich tot Buurtzorg aangetrokken en nemen het initiatief tot voorbeeld om verbeteringen en veranderingen aan te brengen in het zorgsysteem. Buurtzorg lijkt erin te slagen bestaande patronen in de organisatie van de zorg te doorbreken en over de schaduw van het zorgsysteem heen te springen.

Het onderzoek is in 2008 en 2009 uitgevoerd in het kader van het Transitieprogramma Langdurige Zorg dat als doel heeft een duurzame transitiebeweging tot stand te brengen die aansluit bij toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen in deze sector. Een van de activiteiten binnen het transitieprogramma is het ondersteunen van innovatieve experimenten en initiatieven. Buurtzorg is een van de tien initiatieven die heeft  deelgenomen aan het programma.

Het onderzoek bij Buurtzorg maakt ook deel uit van een breder promotieonderzoek door de auteur naar anders besturen en organiseren in de zorg. Annemarie van Dalen is organisatieantropoloog en werkt als organisatieadviseur in de gezondheidszorg. Haar proefschrift  zal eind 2011 verschijnen.
In dit promototieonderzoek richt Van Dalen zich op bestuurders en zorgorganisaties die binnen bestaande institutionele contexten vernieuwingen weten te realiseren. Wat doen deze bestuurders? Hoe krijgen hun organisaties vorm? Kunnen we begrijpen waarom het werkt en wat kunnen we leren van hun ervaringen?

In Uit de schaduw van het zorgsysteem beschrijft Van Dalen de leidende principes die liggen onder de wijze van organiseren van Buurtzorg. Samen met medewerkers van Buurtzorg is zij op zoek gegaan naar hoe het werkt binnen Buurtzorg, naar datgene wat voor hen vanzelfsprekend is.
Het boek is mede bedoeld om een bijdrage te leveren aan het debat over de ontwikkeling van de (thuis)zorg zoals dat op dit moment wordt gevoerd. Het kan worden gebruikt voor discussie en oordeelsvorming en is bedoeld voor alle betrokkenen rond het Transitieprogramma Langdurige Zorg, voor verpleegkundigen, verzorgenden, managers en bestuurders van (thuis)zorgorganisaties en voor beleidsmakers.

Van Dalen schrijft aan het slot van haar boek dat ..."als de Buurtzorgwerkwijze niet alleen als een veelbelovende innovatie maar ook als een van de wenselijke standaarden wordt gezien voor een betere en betaalbare zorg in Nederland, dan zouden meer zorgorganisaties de kans moeten nemen en krijgen om zich op een vergelijkbare manier te gaan organiseren. Daarvoor is het wel nodig dat  opinieleiders zich daarvoor inzetten, dat meer initiatiefnemers gaan rammelen aan de poorten van het regime en dat niet alleen zorgaanbieders maar ook andere instititionele spelers over hun eigen schaduw heen springen".

Uit de schaduw van het zorgsysteem - Hoe Buurtzorg Nederland zorg organiseert, door Annemarie van Dalen, 179 p., uitg. Boom Lemma, 2010, € 23,50.

Initiatiefnemer Jos de Blok en wijkverpleegkundige Lies Rutten van Buurtzorg Nederland zijn Voortrekker van de Stichting Beroepseer. Ga naar Voortrekkers: klik hier.

Praktijkboek Ontwikkelen als professional

omslag_ontwikkelen_als_professionalCarolien de Monchy is organisatiepsycholoog. In november 2010 verscheen haar Praktijkboek Ontwikkelen als professional. 
De Monchy vestigde zich in 1991 als zelfstandig organisatieadviseur en coach. Zij coacht professionals, begeleidt intervisiegroepen en faciliteert teamsessies en werkconferenties. Daarnaast is zij gastdocent bij de Haagse Hogeschool en de Open Universiteit.

Ontwikkelen als professional is het vervolg op het in 2008 gepubliceerde "Floreren als professional" en geeft praktische oefeningen en nuttige tips voor de professional. In de introductie schrijft de De Monchy: "De afgelopen jaren heb ik in projecten, ontwikkeltrajecten, workshops en coaching met een zeer breed scala aan professionals vorm gegeven aan 'floreren in het werk'. We hebben met elkaar een diversiteit aan werkvormen ontwikkeld. In dit werkboek stel ik de oefeningen ter beschikking aan iedere professional die zich afvraagt: 'Wat kan ik nu dóen om te floreren in mijn werk'"?

Het praktijkboek is geschreven voor een brede doelgroep. Van manager tot (aankomende) professional, van postdoctorale student tot facilitator, van coach tot HRD functionaris.

De oefeningen in het boek zijn geordend naar werkingsgebied en hoeven niet gedaan te worden in de volgorde waarin ze gepresenteerd zijn. Je kunt oefeningen uitkiezen die je aanspreken. En ben je benieuwd maar ervaringen van anderen met de oefeningen? Kijk dan op www.florerenalsprofessional.nl waar een link staat om met anderen in gesprek te komen over de oefeningen.
"Ontwikkelen als professional" telt zeven hoofdstukken: Professionaliteit als communicatieproces. Algemene oefeningen. Deskundigheid ontwikkelen. Ontwikkelen van de invloed op de werkomgeving. Ontwikkelen van de dienstverlening. Ontwikkelen van je persoonlijke visie en Vensters op leren.
Achter elke oefening staan verhalen van professionals over hun ervaringen met de oefeningen beschreven. Ze zijn bedoeld om het betoog te illustreren, maar zijn er ook omdat de verhalen de moeite waard zijn om te lezen.

Het boek besluit met een Epiloog.  Daarin staat: "Professionaliteit is een eigenschap van een communicatief proces, niet van een individuele professional. De professional handelt en spreekt met anderen in een context, waarin een scala aan belangen, verwachtingen en verhoudingen een rol spelen. In zo'n dynamische omgeving past een dynamisch perspectief op professionaliteit: professionaliteit als proces".
Hoe mooi de formulering ook is, het klinkt wel abstract. Hoezo, proces? vraagt de auteur zich vervolgens af.
Waarop in een voorbeeld De Monchy zelf het antwoord geeft en laat zien dat professionaliteit als proces een onderdeel is van het hier en nu in de samenwerking.
De oefeningen bieden handvatten om jezelf in allerlei samenwerkingsrelaties tot je recht te laten komen, om te floreren in je werk.

Praktijkboek Ontwikkelen als professional,  door Carolien de Monchy, 139 p., met tekeningen, uitgeverij Van Gorcum, 2010, € 24,95.

Zie ook de video met Carolien de Monchy op deze website van Beroepseer: Tips voor professionals op de werkvloer. Klik hier.


 

 

 

 

Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design