header2

Invoering van prestatieloon voor leraren is goed idee




Resultaten

citaat gandhi
 

Binjamin Heyl

Binjamin Heyl

E-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

dinsdag 01 juni 2010 19:40

Het grote zorgdebat: kiezen voor zorg

Op 28 mei 2010 was er in Driebergen het grote zorgdebat "Kiezen voor zorg", georganiseerd door een samenwerkingsverband van diverse organisaties: AbvaKabo FNV, comité Zorg geen markt, CNV Publieke Zaak, FNV Vrouwenbond, de GGZ laat zich horen, PCOB, ANBO en CSO.

Ik heb hierboven al aangegeven dat in de jaren tachtig een geleidelijke omslag begon van een structuur van burgerschap naar een managementscultuur.

Op weg naar de Beroepsgroep Optimale Zorg- en Dienstverlening (Bozed). Zinnig en realiseerbaar?

2 mei 2010

door Binjamin Heyl

Het lost niets op wanneer zorgvragers of hun vertegenwoordigers en professionals niet met elkaar samenwerken en wanneer managers en Raden van Bestuur met hun rug naar de zorgvragers en professionals staan.

In elke gezondheidszorginstelling stelt men van hoog tot laag dat de zorgvrager centraal staat. Alles draait dus om de hulpvrager. Wat ligt dan meer voor de hand dat binnen de gezondheidszorginstelling een BOZED wordt opgericht. Een beroepsgroep die vertegenwoordigd is door alle geledingen binnen de organisatie: zorgvragers, hulpvragers of hun vertegenwoordigers; verpleegkundigen, verzorgenden, behandelaars, managers, Raad van Bestuur en andere professionele hulpverleners, die gezamenlijk pijnpunten signaleren en vervolgens gezamenlijk naar wegen zoeken om deze naar tevredenheid op te lossen binnen de mogelijkheden die er zijn.

Op deze wijze kan voorkomen worden dat elke discipline voor zijn eigen toko opkomt waardoor het niet meer gaat over de zorgvrager, maar om eigen wensen gerealiseerd te krijgen. Werkelijk opkomen voor de zorgvrager kan alleen maar gezamenlijk en integraal. Wanneer hier niet voor gekozen wordt, worden zelf gebouwde bolwerken en bolwerkjes in stand gehouden wat niet in het belang van de zorgvrager is. Dat lijkt me een open deur.

Een ander belangrijk punt om BOZED op te richten is het feit dat het belangrijk is om een sterke lobby op te bouwen om in politiek Den Haag op te komen voor de zorgvrager. Wanneer raden van bestuur, behandelaren, verpleegkundigen/verzorgenden, patiënten-/cliëntenverenigingen ieder voor zichzelf lobbyen kan minder bereikt worden dan wanneer er gezamenlijk gelobbyd wordt onder het motto: wij streven gezamenlijk naar Optimale Zorg- en Dienstverlening.

Deze visie roept allen die bij de zorg betrokken zijn op tot een andere manier van denken. Het betekent een stuk van de eigen autonomie te delen met anderen en deze onder kritiek te durven plaatsen van anderen. Wanneer we naar de werkvloer kijken, kunnen we stellen dat zowel de zorg van behandelaars, verpleegkundigen en verzorgenden als de mantelzorgers en de verenigingen die opkomen, ieder vanuit de eigen deskundigheid hetzelfde nastreven. Optimale zorgverlening waar geluisterd wordt naar de zorgvrager waardoor de zorgvrager zich begrepen voelt en daardoor veiligheid en geborgenheid ervaart, zodat het leven van de zorgvrager als zinvol ervaren kan worden. Dit geldt zowel voor hen die in ziekenhuizen verblijven, of in een GGZ-instelling, verzorgingshuis, instelling als voor mensen met een verstandelijke beperking en/of lichamelijke handicap.

Dit kan alleen bereikt worden wanneer zorgverleners (behandelaars, verpleegkundige/verzorgenden, mantelzorgers) elkaar niet alleen serieus nemen maar eensgezind werken en de zorgvrager zien als ervaringsdeskundige. Alle zorgverleners hebben vanuit hun specifieke invalshoek een deskundigheid en worden gevoed door de zorgvrager te (h)erkennen als ervaringsdeskundige van wie zij veel kunnen leren.

Een integrale zorgverlening is basisvoorwaarde om tot een professionele zorgverlening te komen en daarbij wordt de stelling gehanteerd dat de zorgvrager ervaringsdeskundige is en niet alleen als iemand die aan onze zorgen is toevertrouwd. Het lijkt mij de taak van de Raden van Bestuur om een beleidsplan op te stellen die het mogelijk maakt om een BOZED binnen hun organisatie te initiëren en te implementeren.
Een BOZED waarin de ervaringsdeskundigen deel hebben en dat uitgangspunt is van het te voeren beleid binnen hun organisatie. Het is hun taak om managers hierover te instrueren en handvaten te bieden om dit op de werkvloer mogelijk te maken. Dat brengt ook met zich mee dat leden van de Raad van Bestuur en managers zich op de werkvloer dienen te begeven om dit uit te dragen, de professionals daartoe stimuleren en ondersteunen. Ook voor hen geldt dat de zorgvrager centraal dient te staan in plaats van de computer; ook voor hen geldt dat zij enorm veel kunnen leren van de zorgvragers als ervaringsdeskundigen.

Uit het boek van Gonny ten Haaft, Dokter is ziek – Als patiënt zie je hoe zorg beter kan (Uitgeverij Contact) kun je concluderen dat het ook voor managers en leden van Raden van Bestuur helemaal niet zo gek zou zijn regelmatig mee te werken op de werkvloer en goed te luisteren en te kijken wat er zich op de werkvloer concreet afspeelt. Uit dit boek blijkt dat verpleegkundigen, behandelaars, zorgbestuurders, een heel ander beeld hebben over hun wijze van functioneren dan zoals zij dat ervaren hebben toen zij patiënt waren. Zij ontdekten dat hun belevingsrealiteit duidelijk anders was als professional dan toen ze patiënt waren. Uit haar boek blijkt dat de ervaringsdeskundigheid van zorgvragers binnen de intramurale gezondheidszorg door de professionals niet onderkend wordt. Een pijnlijke constatering.
Gesteld  kan dan ook worden dat de zorgvragersvriendelijkheid veel minder vriendelijk is dan zorginstellingen en beleidsmakers beweren.

Zo stelt Herre Kingsma, medisch specialist en bestuursvoorzitter bij het Medisch Spectrum Twente, na opgenomen te zijn geweest: “Het is een mantra: We zeggen dat de patiënt centraal staat, maar we houden er ons niet aan. De dokter staat centraal en de verpleegkundige staat centraal”.
Alleen om die reden is het al belangrijk om mantelzorgers en de zorgvragers als ervaringsdeskundigen bij het afdelingsgebeuren te betrekken. Kritiek wordt onder meer geuit op de verpleegkundigen dat zij wel erg vaak het woordje “straks” gebruiken. Een woord dat niets voorstelt en waarmee de zorgvrager het bos wordt ingestuurd.
Wim de Die, bestuursvoorzitter van de Maartenskliniek ergerde zich mateloos aan het woordje “wij” dat verpleegkundigen te onpas gebruiken en sprak over een: “hoe-voelen-wij-ons-vandaag syndroom”, waar verpleegkundigen aan lijden.

Gepleit wordt voor een purser die opkomt voor de belangen van de zorgvrager, iemand die zich daadwerkelijk bekommert om de zorgvrager en zich verantwoordelijk weet voor de zorgvrager. Die in staat is om de relatie tussen zorgvrager en professional te verbeteren.

Wat verder opvalt is dat anders dan de aan de regering adviserende Raad voor de Volksgezondheid en Zorg stelt, de patiënt veel minder wilskrachtig en goedgebekt is, of goede vragen formuleert. Het blijkt dat een patiënt een ander mens is geworden dan toen hij gezond was. Zo zegt een arts in Medisch Contact: “Als patiënt ben je een ander mens”.
NRC Handelsblad concludeert: “Ook artsen raken verloren in de medische doolhof… de patiënt is helemaal niet zo mondig als de overheid roept” (25 maart 2010).
“Ik verloor mijn mondigheid”, zegt een verpleegkundige: “Als ik al niet mondig kan zijn, hoe moet dat dan zijn voor mensen die voor het eerst in een ziekenhuis liggen?”

Wat verder in Ten Haafs boek opviel was het feit dat deze professionals aan den lijve ervaarden hoe zij zich eenzaam en verloren voelden. Men ervaarde ineens wat het betekent een "geval" te zijn in plaats van een persoon met eigen emoties en verlangens. Zij constateren dan ook dat ziek zijn zwaar is en dat het “weten” daarvan heel anders is dan het aan den lijve ervaren. Gesteld wordt dan ook dat vakinhoudelijke kennis en technische vakbekwaamheid alleen onvoldoende zijn om een goede behandelaar, verpleegkundige, manager of lid van de Raad van Bestuur te zijn. “Voor warmte en zorg heb je veel ruimte nodig” (Trouw, 7 april 2010).

Waar het volgens de geïnterviewden aan ontbreekt in hun werk is goede communicatie, een vriendelijk woord tegen de zorgvrager. Onvoldoende afstemming tussen de verschillende disciplines als ook verzakelijking en bureaucratisering zijn belangrijke boosdoeners. Alles moet snel, doelmatig en goedkoop, want de instelling moet overeind blijven in een concurrerende markt.

Gesteld wordt verder: Om een goed professional te zijn waarbij de zorgvrager als ervaringsdeskundige centraal staat, schijn je zelf eerst die ervaring te moeten hebben gehad om dat te begrijpen. Dan ervaar je ten volle dat een zorgvrager afhankelijk en zwak is en niet mondig en sterk zoals ons voorgehouden wordt. Een zorgvrager gedijt bij aandacht, warmte en betrokkenheid. Ingezien werd dat, toen wij, voor wij ziek werden, met de beste bedoelingen dezelfde beoordelingsfouten maakten als degenen door wie wij verzorgd werden.

Een BOZED waarin de zorgvrager en ervaringsdeskundige in mee participeert kan de mogelijkheid bieden om uit de gesignaleerde impasse te komen. Of ervaringsdeskundigen, zorgverleners, managers en Raden van Bestuur daartoe bereid zijn is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat zoals we nu bezig zijn niet in het belang is van de zorgvragers.

 

maandag 02 maart 2009 11:39

ZORGEN OM DE ZORG

Beste collegae van ZORGEN OM DE ZORG -

Sjalom! -

Jullie initiatief is prima en ik hoop dat jullie veel handtekeningen zullen verzamelen. De mijne heb je al binnen en ik hoop dus dat er velen zullen volgen. Met mijn 63 inmiddels een oude rot in het vak. Hoewel ik nog maar een kleine baan heb binnen de gezondheidszorg, twee avonden per maand, ben ik actief, onder meer bij www.beroepseer.nl

Ik heb jarenlang verpleegkunde gedoceerd, maatschappijleer en ethiek. Dit heeft geresulteerd bij mijn afscheid in 2006 in het boek: Het vergeten hoofdstuk binnen de geschiedenis van de gezondheidszorg 1933-1945. 
Zie bij www.servicepost.nl

Bij dezelfde uitgever is verschenen juni 2008 het boekje: Zorg over de zorgverlening. Het is altijd verleidelijk om als auteur reclame te maken voor je eigen schrijfsels, maar bij deze doe ik het toch omdat ik, net als jullie, mij zorgen maak over de zorgverlening. Waar ik zelf onder meer voor pleit is dat verpleegkundigen en verzorgenden niet alleen roepen wat wij willen, maar ook duidelijk concreet formuleren wat wij willen en waarom wij dat willen. Hierbij ook voor onszelf een strategie uitwerken om het gestelde doel te bereiken.

Ook binnen de gezondheidszorg, of we dat nu leuk vinden of niet, gaat het om macht. Voor mij is duidelijk dat de grootste groep zorgverleners (verpleegkundigen en verzorgenden), ondanks alle professionaliteit, binnen het machtenspel die zich afspeelt binnen de gezondheidszorg tot de dag van vandaag, door velerlei oorzaken, de meest zwakke groep is waardoor zowel wij, als degenen die zorg behoeven telkens de rekening aangeboden krijgen.

In mijn boekje ga ik onder meer in op de rol die verpleegkundigen en verzorgenden spelen en m.i. zouden dienen te spelen en geef ik enkele voorstellen om te kunnen komen tot een versterking van de positie van de werkvloer, waardoor gekomen kan worden tot meer professionele (humane) zorgverlening en de positie van de zorgverleners versterkt wordt. Ik heb de petitie ondertekend, maar ben eveneens van mening dat, als er geen goede, eensgezinde strategie ontwikkeld wordt het kansloos is en 'straks' beschouwd gaat worden als een leuke actie zonder resultaat.
Ik ben dan ook zo brutaal mijn boekje Zorg om de zorgverlening aan te bevelen en u te vragen het kritisch door te nemen en daarmee uw voordeel te doen. Zelf zou ik het jammer vinden als uw mooi en goed initiatief niet datgene oplevert waar u voor staat.
Het boekje is geen wonderboekje met pasklare richtlijnen, maar kan wel tot denken aanzetten om een strategieplan te ontwikkelen die wel eens tot het gewenste resultaat kan leiden.

Ik hoop u bij deze van dienst geweest te zijn en teken met vriendelijke groet,

Binjamin Heyl

www.zorgenomdezorg.org 

vrijdag 15 augustus 2008 11:37

ZORG OM DE ZORGVERLENING

Het boekje Zorg om de zorgverlening  is ontstaan nadat ik ergens een inleiding heb gehouden over het beroep verpleegkunde. Dat leidde tot hevige discussies daar ik nogal uitgesproken meningen had die niet bij iedreen goed vielen. Sommigen vonden dat ik de spijker op de kop sloeg, anderen dat ik het beroep wel erg zwart neerzette.

Mijn uitgangspunt is dat ik van mening ben dat verpleegkundigen te weinig doen om zichzelf duidelijk te profileren in het krachtenveld van de gezondheidszorg en daarom altijd in de hoek staan waar beslissingen genomen worden en het beleid bepaald wordt.
Wij zijn de grootste beroepsgroep binnen de gezondheidszorg en hebben weinig inbreng, zowel in de zorginstelling waar we werken als daarbuiten. Wij zijn daar voor een groot deel zelf debet aan omdat we nauwelijks in staat zijn om voor onszelf en de zorgvragers (buiten de afdeling) op te komen. Zo is het gekomen...

ZORG OVER DE ZORGVERLENING. De titel zegt het al. Het boekje beslaat 90 bladzijde en omvat vijf hoofdstukken:
Voorwoord.
-Behoren verpleegkundigen en verzorgenden tot een gekooide professie?
-Behoort het management tot een gekooide professie?
-Een voorzichtig begin op weg naar professionaliteit.
-Op weg van beroepspijn naar beroepstrots
-Blijven verpleegkuundigen en verzorgenden dienaars in het wit of komen zij in opstand?
Slotwoord

Het boekje kost 7,00 euro, ISBN 978 90 5653 026 6
Zie verder www.servicepost.nl

Groet,
Binjamin Heyl Verpleegkundige SPDC Oost. Amsterdam

 

zaterdag 14 februari 2009 11:31

Vervolg open brief

Geachte heer Jansen, -

Sjalom! -

Dank voor uw reactie (06-02-2009).
U spreekt de hoop uit dat ik een reactie krijg op mijn open brief “vol met verstandige adviezen en verzoeken”. Ik vrees echter van niet. Zoals reeds aangegeven zag de Raad van Bestuur Arkin kennelijk geen reden om op de genoemde open brief te reageren die ik haar al had toegestuurd op 28-12-2008.

Ik vraag me verder af of Arkin mij nog wel wil hebben. Zo had ik op 5 december een gesprek met mevrouw N. Engbers (directeur bedrijfsvoering) en de heer Simon, adviseur P&O.
We werden het eens dat ik zou gaan werken bij de afdeling flexbureau: “De heer Heyl zal door het flexbureau uitgenodigd worden”.

Ik heb tot de dag van vandaag niets meer vernomen. Ik heb mevrouw Enbers hierop geattendeerd, maar nog niets van haar mogen vernemen. De woede van de heer Muller kan ik me best voorstellen en ik hoop dat hij en de overige leden van de Raad van Bestuur niet dezelfde fout maken als hun voorgangers, door zich niet regelmatig op de werkvloer te vertonen en zich goed voor te laten lichten vanuit die werkvloer en weigeren in te gaan op kritiek die zij vanuit de werkvloer ontvangen. Zij zich niet verschuilen achter directeuren, bedrijfsvoering en het management en achter hun computers.

Ik hoop dat ik me vergis en er alsnog een reactie verschijnt vanuit de Raad van Bestuur op mijn Open brief.

Groet,

Binjamin

1 copie mevrouw Engbers: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
1 copie Raad van bestuur: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

dinsdag 17 april 2007 11:27

Terug naar de werkvloer in de zorg!

Bij de gezondheidszorg zijn velen  direct of indirect betrokken. De familieleden, mantelzorgers, vrijwilligers, verzorgenden, behandelaren, managers, directieleden, leden van raad van bestuur, patientenverenigingen, zorgverzekeraars, politici, de inspectie en ik  zal best een groep vergeten zijn. De hulpvrager centraal, dat uitgangspunt ligt iedereen op de lippen bestorven. Het wonderlijke doet zich dan voor dat het centrale punt waar de zorg plaats vindt, de werkvloer, het minst betrokken is bij besluitvorming over hoe de hulpvrager dan het beste verzorgd kan worden. Hoe verder je van de hulpvrager afstaat, zo lijkt het, des te meer invloed heb je en des te meer beslissingsbevoegdheid.

Verpleegkundigen en verzorgenden zijn tot de dag van vandaag niet bij machte een positie te veroveren binnen het besluit- en beslissingscircuit. De tijd dat de werkvloer vertegenwoordigd werd door een verpleegkundig directeur op directie niveau ligt al weer ver achter ons.  De positie van de professionals schijnt dermate verzwakt te zijn dat de vraag gesteld kan worden: Is hier sprake van een gekooide professie? 

Zowel de werkvloer, als de managers, als de directie en raden van bestuur stellen dat de hulpvrager altijd centraal staat en zij zich solidair met deze mensen verklaren. Wanneer managers en directieleden, leden van raden van bestuur werkelijk van mening zijn dat zij solidair zijn met de hulpvrager, zou van de directies, raden van bestuur verwacht mogen worden dat  zij een afgevaardigde van de werkvloer in hun gelederen opnemen die mee beslist over het te voeren beleid zowel intern als extern (overleg met andere instellingen en zorgverzekeraars e.a.).
U begrijpt het al, ik pleit voor de herinvoering van een verpleegkundig directeur.

Daarnaast zou het van groot belang zijn dat verpleegkundig directeur en directieleden, leden van Raden van bestuur, minstens, drie weken per jaar ‘boventallig’ meewerken op de werkvloer en wel een week dagdienst, een week avonddienst, een week nachtdienst. Dit om bewust te zijn en bewust te blijven wat het betekent om de hulpvrager werkelijk in de praktijk centraal te stellen.
Van de managers mag ook verwacht worden dat zij jaarlijks drie weken ‘meedraaien’. Het zou ook zeer wenselijk zijn dat leden van zorgverzekeraars minimaal en woordvoerders van de uiteenlopende politieke partijen een week per jaar in allerlei gezondheidszorginstellingen mee zouden weken, uiteraard ‘boventallig’, zodat ook zij aan den lijve ‘voelen’ wat er op de werkvloer speelt.

 De kloof tussen microniveau en macroniveau is erg groot, zowel op het gebied van denken, voelen en handelen; zowel op het gebied van bevoegdheden (macht) als de visie op solidariteit met de hulpvrager. Zolang het de verpleegkundigen en verzorgenden als grootste groep binnen de gezondheidszorg niet lukt om micro -en macroniveau te integreren zal de vraag of hier niet sprake is van een gekooide professie in een of andere vorm telkens weer de kop opsteken.

woensdag 22 april 2009 11:24

Stelling

In het dagblad Trouw van 22 april 2009 staat een stelling van mij. Wellicht zijn er collegae die met mij hierover willen discussiëren?

Zorg kan beter

Je kunt wijzen naar de 'anderen', als het gaat om slechte zorg in verpleeghuizen (Trouw, Brieven, maandag).
 
Maar ook de werkvloer weigert, of is niet in staat, humane zorg af te dwingen. Verpleegkundigen en verzorgenden moeten dat wel doen. Wij zijn bang, durven geen conflicten aan, zijn verdeeld; zijn gehoorzaam uitvoerend en hebben niet of nauwelijks invloed op wat er allemaal gebeurt en gaan vervolgens ach en wee roepen.

Ik durf de stelling te verdedigen:
De hoofdschuldige van alle dramatiek binnen de gezondheidszorg is de werkvloer zelf, omdat zij geen humane zorg afdwingt.

Binjamin Heyl,  Amsterdam

donderdag 11 december 2008 11:23

SPDC OOST

Eindelijk is daar dan het rapport over SPDC Oost. Al jaren wist men dat het er niet deugde. Maar horen, zien en zwijgen was het beleid van vele betrokkenen. Nu wordt er ach en wee geroepen, vanuit de Raad van Bestuur. Waarom niet twee jaar eerder?

Amsterdam, 16 augustus, 2008.

Geachte mevrouw Bot, Voorzitter Raad van Bestuur, AMC de Meren,

Sjalom! Ik erger mij dood aan uw ‘vrome’ woorden in het bulletin van AMC de Meren. Uw woorden zijn vals en onecht. U weet exact wat er aan de hand is, als u zich althans bereid verklaart te luisteren en eens zou komen kijken op de werkvloer van SPDC Oost op de gesloten afdeling. Als u een beetje doorvraagt en goed uw ogen de kost geeft dan kunt u met mij vaststellen dat het hier een gewoon ‘gekkenhuis’ is. Het is op de afdeling vies en smerig. Een grote grondige schoonmaakbeurt is wat onmiddellijk zou dienen te geschieden.

De sfeer op de afdeling is om te snijden en van een constructievbe samenwerking is geen sprake. De communicatie tussen de werkvloer en leidinggevende is allebelabberst.
Samenvattend: Zowel vanuit mijn professionele invalshoek als verpleegkundige, en vanuit ethisch oogpunt bezien is er sprake van onprofessionele, inhumane en ethisch onverantwoore zorgverlening.
Ik heb in middels twee collega’s die in gewetensnood verkeren geadviseerd om zo spoedig mogelijk deze ‘ballentent’ te verlaten. Zelf heb ik inmiddels verzocht, om met directe in gang overgeplaatst te worden naar de open afdeling, waar het werkelijk stukken en stukken beter is. Zowel de leidinggevenden als u, als Raad van Bestuur weigeren principieel te redeneren vanuit de werkvloer. Om maar een ‘kreet’ te hanteren: Leidinggevenden, en Raad ven Bestuur hebben letterlijk ‘schijt’ wat er met de patiënten gebeurt op de afdeling.
Inmiddels is het personeel op de werkvloer dermate ongeïnteresseerd en cynisch geworden dat de patiënten zonder meer in een zeer beklagenswaardige positie terecht zijn gekomen.

Tot slot: Wanneer niet per direkt äctie wordt ondernomen, waarbij nu eens de werkvloer serieus wordt genomen, en de patiënt, om de ‘kreet’ te gebruiken, centraal staat, moet het u niet verbazen dat binnen twee jaar deze ‘ballentent’ hier, gesloten wordt. Zelfs een blinde kan zien dat het hier voor geen meter deugt. Maar u, ziet en hoort niets.

Uw antwoord, daadkrachtig, professioneel en ethisch verantwoord ingrijpen tegemoet ziend, teken ik met de aan u verschuldigde hoogachting,

Binjamin Heyl Verpleegkundige SPDC Oost Oud-leraar verpleegkunde, maatschappijleer en ethiek Docent Jodendom

In mijn schrijven 29-11-2008 deed ik het volgende verzoek aan zowel Raad van Bestuur als de Ethische Commissie Arkin: “…dat de commissie een aantal leden kent die gewoon betaald worden en zich onder meer bezighouden met ethische uitgangspunten en criteria waar allen binnen Arkin betrokkenen getoetst kunnen worden, omtrent hun handelen en het nemen van beslissingen door onder meer management en de Raad van Bestuur…”
De ethische commissie meende hier niet op te moeten reageren. De Raad van Bestuur deelde mij mondeling 5 december mee, bij monde van mevrouw drs. N. Engbers, directeur bedrijfsvoering, ketenzorg, dat een dergelijk project er niet in zit.

 

Wanneer komen professionals en Raden van Bestuur eindelijk eens gezamenlijk in opstand? -

Halverwege de jaren tachtig zien we dat ook binnen de gezondheidszorg men wil komen tot ‘efficiënt organiseren’. Nadat het communisme was gevallen stond niets meer in de weg om voluit te gaan voor een ‘neoliberale organisatie’ binnen de gezondheidszorg. Niet de werkvloer staat inmiddels centraal, maar de managers en de Raden van Bestuur. De professionals, alsook de managers worden beschouwd als deel van een bedrijfsmatig productieproces, wat zich onder meer uit in technocratische taal. Het ‘produktiedenken en tijdschrijven’ zijn inmiddels een ideologie geworden binnen de gezondheidszorg. Tot op zekere hoogte is hier zeker iets voor te zeggen. Het is helemaal niet gek wanneer je geld ontvangt als gezondheidszorginstelling dat je op transparante wijze verantwoording aflegt. Maar het is volkomen doorgeslagen wanneer kolommen en staten het doel worden en niet langer het middel.

Niet de cliënt, zo schijnt, staat centraal, maar alles wat te meten is. Alsof het niet langer gaat om het contact tussen mens en mens; zorgverlener en zorgontvanger. Maar ja, dat is natuurlijk niet meetbaar en derhalve van ondergeschikt belang. Op deze wijze wordt het de professionals steeds moeilijker gemaakt om plezier in hun werk te hebben en daar zingeving aan te ontlenen. Dat niet alleen, maar zeker zo erg: Op deze wijze worden cliënten geofferd op het altaar van ‘produktiedenken en tijdschrijven’.
Dat hiertegen niet massaal door professionals en Raden van Bestuur in opstand gekomen wordt is beschamend. Op de werkvloer wordt steen en been geklaagd, vooral bij de koffie. Het is de schuld van de managers, de directie, Den Haag, maar niet bij ons, de professionele zorgverleners. De klaag- en angstcultuur is toegenomen. De enkeling die zich verzet, loopt het gevaar rake klappen te krijgen. Verpleegkundigen en verzorgenden zijn te braaf en te gehoorzaam. Weigeren in opstand te komen om op te komen voor zowel de aan hun toevertrouwde zorgvragers als hun professie.

De Raden van Bestuur zijn blij met deze houding van gehoorzame dienstbaarheid en zwijgen. En ook zij weigeren in opstand te komen om het voor de zorgvragers en professionals op te nemen. Zij zien het als hun taak besturen en managen. Zij willen rust in de tent en van verpleegkundigen en verzorgenden hebben ze nauwelijks iets te vrezen. Dat de zorgvrager hier de dupe van is, schijnt niet te deren. Ook de managers doen wat zij moeten doen en of dat wel dan niet in belang is van de zorgvragers is maar zeer de vraag. Iedereen schijnt zichzelf gevangen gezet te hebben in een opgericht eigen bolwerk. De prijs hiervoor wordt uiteindelijk betaald door de zorgvrager.

Tot wie, vraag je je menigmaal, als verpleegkundige af, dringt dit besef door en hoe valt deze ontwikkeling te doorbreken?
Politici hebben de neiging om de boel te sussen. En zien vervolgens niet in dat de doofpot inmiddels uitgroeit tot een beerput. Raden van Bestuur willen graag naar buiten toe de schone schijn ophouden. Managers doen hun werk en verpleegkundigen zijn, zoals vanouds: dienend in het wit: braaf, gehoorzaam, zwijgend, klagend en steunend. Dit ondanks de toegenomen professionalisering die niet blijkt uit hun houding. Zij zijn de grootste en machtigste groep binnen de gezondheidszorginstelling en het zijn zij die het voor de zorgvragers dienen op te nemen en in opstand te komen tegen de Raden van Bestuur om hen te dwingen om gezamenlijk met verpleegkundigen en verzorgenden in opstand te komen. Om gezamenlijk te eisen voor professionele en humane zorgverlening.

Verpleegkundigen en verzorgenden dienen niet te wachten voordat de Raden van Bestuur bereid zijn om hen zeggenschap te geven. Zij moeten het opeisen en eisen om gezamenlijk in opstand te komen.
Maar wie durft?
Sla ik de plank mis wanneer ik stel: Bijna niemand. Dat verpleegkundigen en verzorgenden en hun beroepsorganisaties niet de moed hebben om in opstand te komen? Waar zijn verpleegkundigen en verzorgenden bang voor? Bang om hun baan te verliezen? Bang om het zwarte schaap te worden in het team?
Sla ik de plank mis wanneer ik stel, dat de Raden van Bestuur rust in de tent willen hebben en dat zij van mening zijn dat hun directieven in gehoorzaamheid en zwijgzaamheid dienen te worden opgevolgd? Waarom zijn zo bang voor opstandige verpleegkundigen en verzorgenden? Zijn zij bang om hun macht te verliezen? Bang om hun goede naam te verliezen? Zijn zij bang de politiek op hun dak te krijgen, of de Inspectie?

Is mijn stelling juist: Dat zowel de professionals als de Raden van Bestuur bang zijn en daarom elkaar in een houdgreep houden? En dan doet zich natuurlijk de vraag voor: Gaat het nu wel of niet om de zorgvrager? Is deze bijzaak, of hoofdzaak? Deze vraag geldt ook politici: Gaat het om de zorgvrager of om het afleveren van een product?
Ik weiger de vinger te wijzen naar managers, Raden van Bestuur of de professionals op de werkvloer. Mijn vinger wijst naar alle betrokkenen.

Ook naar de patiëntenverenigingen die weigeren gezamenlijk in opstand te komen. Wat ik wel vind is dat de twee hoofdschuldigen zijn de professionals en de Raden van Bestuur. Van professionals mag worden verwacht dat zij professionele en humane zorg verlenen en van de Raden van Bestuur als eindverantwoordelijken dat zij dat in alle opzichten mogelijk maken.
De professionals en de Raden van Bestuur dienen niet elkaars tegenovergestelde te zijn, maar bondgenoten en dienen daarom gezamenlijk garant te staan dat er professionele en humane zorg verleend wordt. Beiden hebben de morele plicht om, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, gezamenlijk op te komen dat de zorgvrager centraal staat en niet het meetbare, maar juist het niet-meetbare. Het meetbare en het niet- meetbare moet in gezond evenwicht zijn en momenteel is deze volkomen uit balans. Het moet in de gezondheidszorg gaan om wat werkelijk telt: menselijkheid.
Binnen de gezondheidszorg is de verbinding tussen zorgvrager en zorgverlener cruciaal. Dat is het hart van de zorg.

De verbindingslijnen tussen zorgvrager en zorgverlener ziijn geminimaliseerd, alle professionalsering ten spijt. De professionals, de managers, de Raden van Bestuur, politici, patiëntenorganisaties proberen elkaar van alles in de schoenen te schuiven.

Maar ook de inspectie staat hier ook niet buiten. Wat is haar taak? Hoe transparant is zij? Wat beoordeelt zij en hoe beoordeelt zij? Wat doen zij met binnengekomen klachten? Vindt de controle die zij uitoefent voornamelijk op papier plaats? Op de papieren gegevens van management en Raden ven Bestuur?
Wat verstaat zij onder professionele en humane zorgverlening? Gaat zij uit van verbinding tussen zorgverlener en zorgvrager of staat vooral het meetbare centraal? Komt zij aangekondigd aan of niet aangekondigd en bezoekt zij alle afdelingen van de zorginstellingen?

En wat is de visie van politici op zorg?
Hoe definiëren zij goede gezondheidszorg? En is hun visie tijdens de verkiezingsstrijd anders dan die na de verkiezingsstrijd?
En hoe zit het met de zorgverzekeraars? Hoe kijken zij aan tegen professionele en humane zorgverlening? Gaat het hen om rationalisering (bezuinigen) of om professionele en humane zorgverlening?
Zowel de professionals als de Raden van Bestuur hebben kennelijk nog steeds niet door waar het om gaat.

Het gaat om macht, zo simpel ligt het. Degene die de macht hebben, bepalen het beleid, zij bepalen in hoeverre er professionele en humane zorg verleend wordt. Raden van Bestuur en de professionals hebben de macht om de broodnodige verbinding tussen zorgvrager en zorgverlener te herstellen. Zij kunnen dat alleen door de handen ineen te slaan en gezamenlijk in opstand te komen. Beiden hebben elkaar nodig en dienen naar elkaar bruggen te bouwen en niet met de rug naar elkaar te staan. Zij dienen gezamenlijk in opstand te komen, ondanks dat dit niet past in een poldermodel.

Mijn stelling is:

Zolang de professionals en de Raden van Bestuur niet samen optrekken en gezamenlijk professionele en humane zorg afdwingen, niet gezamenlijk afdwingen om de verbindingslijnen te herstellen tussen zorgverleners en zorgvragers, is er sprake van een gebroken en misvormde ethiek.
Professionals en Raden van Bestuur dienen gezamenlijk met elkaar open en eerlijk te spreken over de ethische uitgangspunten van hun beider beroep en een ethiek te ontwikkelen die de een niet buiten sluit, maar juist elkaar insluit.

Wanneer beiden erkennen dat er zaken duidelijk niet goed zijn, kunnen deze gezamenlijk opgespoord worden, en er een stappenplan gemaakt worden hoe daar intern uit te komen, en kan men ook gezamenlijk, jawel, in opstand komen en naar buiten treden.
Hier is durf voor nodig, moed en bezield zijn.
De voorwaarde hiertoe is dat Raden van Bestuur niet bang zijn dat de hele organisatie dan een levende organisatie wordt en niet een dode, waar alles strikt vastgelegd is en ieder zijn plaats kent en zodoende beheersbaar. Dat de professionals het uniform van dienen in het wit, in gehoorzaamheid en zwijgen durven uit te trekken. Een dode organisatie werkt verstikkend, dus dodend en brengt geen leven voort.

De vraag is: durven beiden dit proces aan? Wat mij betreft zullen ze dat moeten als de patiënt werkelijk centraal staat.

Beiden moeten de moed hebben om de patiënt centraal te stellen en niet het bedrijf; het bedrijf is doel en de patiënt het doel. En niet andersom. Het bedrijf dient gericht te zijn op zorgverlenen en niet om het bedrijf zichzelf boven de hulpvrager te plaatsen.
Ik geef toe. Ik ben een ouderwetse verpleegkundige. Vroeger lachte ik om het woord roeping.

En nu, denk ik, was dat woord echt zo gek? Ik kreeg mijn beoordeling hoe ik met de patiënten om ging, of ik hen wel goed verzorgde. En elk moment kon de verpleegkundig directeur binnenstappen, want die deed regelmatig zo zijn ronde om te zien hoe het was op de afdeling.
Tegenwoordig hebben leidinggevenden en Raden van Bestuur het druk met kennelijk echte belangrijke zaken. Zie ik mijn collega’s met de rug naar de patiënten zitten achter de computer. Hoe symbolisch: De verpleegkundige met zijn rug naar de patiënten gehoorzamend en zwijgend aan zijn superieuren.

Een pijnlijk beeld. Ik heb niets tegen computers, maar wel wanneer zij inmiddels, zo schijnt, doel zijn geworden en de patiënten middel.
Nee, ik zeg niet die goeie ouwe tijd, daar valt best het nodige van af te dingen. Maar om nu te zeggen dat het tegenwoordig allemaal zoveel beter is, is gewoon niet waar. Wat duidelijk beter was, was de solidariteit van directeur tot de professionals op de werkvloer en hen die aan hun zorgen waren toevertrouwd.
Dat kunnen we inderdaad zeker leren van het verleden. Wat we van die goeie ouwe tijd in elk geval wel kunnen leren is dat zorg geen product was.
De zorgvrager is geen consument die inkopen doet, maar is kwetsbaar en ziek of gehandicapt. De patiënt beschouwen als een consument en de gezondheidszorg als een fabriek die productie aflevert, getuigt van een verwrongen en misvormde ethiek.

En hier dienen professionals en Raden van Bestuur gezamenlijk tegen in opstand te komen. De zorgvrager centraal stellen, dwing je niet af door als Raad van Bestuur braaf achter ontwikkelingen aan te lopen die niet kloppen. De zorgvrager centraal stellen bereik je niet als zorgverlener door gehoorzaam en zwijgend in het wit te dienen. Dat bereik je door gezamenlijk in opstand te komen. Gezamenlijk in opstand komen in plaats van overleggen en nog eens overleggen (polderen).
Al dat gepolder heeft de gezondheidszorg echt geen goed gedaan. Het wordt echt tijd voor gezamenlijk opstaan en in opstand komen.

 

Pagina 1 van 2
Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design