Hoofdstuk 5, Stel betekenisvolle normen vast op cruciale gebieden, stelt dat de kwaliteit van het onderwijs mede afhankelijk is van de normen die gesteld worden voor die kwaliteit. Maar normen mogen niet verworden tot het ‘afvinken van lijstjes’.
De adviesraad wijst ook op het gevaar dat er bij bestuurders (schoolbesturen, politiek) een eigen werkelijkheid ontstaat, die nog maar weinig te maken heeft met het primaire proces van het lesgeven. Ook wordt gewaarschuwd voor het doorslaan van de verantwoordingscultuur in het onderwijs: "Dit is bijvoorbeeld gebeurd in het Amerikaanse 'No Chld Left Behind' programma. Daar was geen sprake meer van voor scholen betekenisvolle normen of standaarden. De standaarden die op het niveau van de staat werden geformuleerd, waren weinig inhoudelijk en, omdat ze gekoppeld werden aan een zwaar verantwoordingssysteem, ook van laag niveau. De normen leidden daardoor niet tot een verbetering van de leerprestaties, maar veeleer tot een fixatie op de gemeten indicatoren.
Op dit moment is er in Nederland geen sprake van een dergelijk vergaande verantwoordingscultuur. Het is echter zaak ervoor te zorgen dat Nederland zich ook niet verder op dit pad begeeft. De Onderwijsraad steunt de opname van minimum-leerresultaten in de wet. Deze minimumleer-resultaten zijn echter op systeemniveau gedefinieerd en dus niet per definitie haalbaar voor ieder kind".
Het is te hopen dat scholen deze waarschuwing van de Onderwijsraad ter harte nemen en in het Nederlandse onderwijs niet introduceren wat in de V.S. een fiasco blijkt te zijn. Standaardtoetsen zijn daar een doel op zich geworden; de kwalijke gevolgen van die toetsen laten zien hoe het niet moet.
Hoofdstuk 5 wordt besloten met de opmerking dat het opleggen en ontwikkelen van de normen niet zonder dialoog met het veld kan gebeuren: "Het veld zal de normen moeten willen verinnerlijken en van daaruit moeten handelen. De normen geven tegelijkertijd de grenzen aan waarbinnen vervolgens de professionele ruimte van het onderwijsveld ligt. De overheid moet er dan ook voor waken om met deze normen niet alles te willen vastleggen, maar zich te concentreren op de cruciale terreinen".
De aanbevelingen van het advies doen een sterk beroep op de professionaliteit van de onderwijssector: "Deze kan alleen groeien wanneer er zowel ruimte voor wordt geboden als ook eisen aan worden gesteld. Dit is noodzakelijk om het leervermogen van de onderwijssector te versterken. Daardoor zullen onderwijsinstellingen steeds beter in staat zijn om zelf keuzes te maken in hun beleid. Hierover leggen zij vanzelfsprekend verantwoording af aan hun omgeving.
Hoofdstuk 6 gaat over de professionele ruimte: "Laat ruimte voor en ontwikkel professionaliteit". Professionaliteit zal binnen de onderwijssector de komende jaren een belangrijk thema zijn. Daarbij zijn verschillende niveaus in het geding: professionaliteit van docenten, van schoolleiders en professionaliteit in de sturing. De raad ziet leraren als professionals: hoogopgeleide, zelfstandig opererende beroepsbeoefenaars, met een sterke intrinsieke motivatie om leerlingen iets bij te brengen en vooruit te helpen in de maatschappij.
Klik hier voor het hele advies Geregelde ruimte van de Onderwijsraad, 16 februari 2012.



