"Het College - verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het besluit van verweerster van 7 augustus 2008;
- draagt verweerster op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat voor appellanten, voor zover zij handelen als vrij gevestigde psychiater of psychotherapeut, de uit de tariefbeschikking van 20 december 2007 voortvloeiende verplichting om de in artikel 6.6 en 6.7 van de Regeling Declaratiebepalingen DBC-GGZ bedoelde diagnose-informatie en lekenomschrijving op declaraties te vermelden en aan zorgverzekeraars en cliënten te verstrekken, wordt geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar;(.)"
In een inhoudelijk hiermee verbonden maar separate zaak kwam een psychiater in beroep tegen de door de NZa tegen hem aangekondigde handhavingsmaatregelen, omdat hij uit privacyoverwegingen weigert op grond van de DBC-systematiek te declareren.
In deze zaak heeft het CBb als volgt beslist:
Het CBb
"- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 14 januari 2010; (.)"
Vastgesteld kan worden dat wij in grote lijnen in het gelijk zijn gesteld.
Immers:
1. De Beslissing op Bezwaar van de NZa d.d. 7 augustus 2008 is vernietigd.
2. De NZa is opgedragen haar Beslissing op Bezwaar te herzien, met inachtneming van de uitspraak.
3. De verplichting om diagnose-informatie op de declaratie te vermelden is voor vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten geschorst totdat door de NZa aan de hierboven genoemde opdracht is voldaan.
4. De door de NZa aangekondigde handhavingmaatregelen tegenover een psychiater zijn gestuit.
Teleurstellend is dat het CBb geen uitspraak heeft willen doen inzake onze bezwaren tegen aanlevering van DBC-registraties aan DIS, omdat naar haar mening "geen verband [bestaat] tussen het besluit over de tariefstructuur, waartegen de psychiaters zijn opgekomen, en de verplichting informatie aan het DIS te leveren".
De eerstgenoemde uitspraak betreft deels ook het beroep dat door de Orde van Medische Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie om financiële redenen is ingesteld. De uitspraak behandelt vanaf 2.4 de door ons ingebrachte bezwaren.
Uit de uitspraak van het CBb:
".2.4.4.3 Tegenover deze belangen [bedoeld: belangen die zijn gediend bij de beschikbaarheid voor zorgverzekeraars van diagnose-informatie, K.M.] staat dat het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie overi ndividuele patiënten inbreuk maakt op de medische privacy van deze patiënten. Appellanten hebben uitvoerig toegelicht welke bezwaren vanuit het perspectief van de patiënt, de behandeling en het beroepsgeheim van de behandelaar zijn verbonden aan het doorgeven van dergelijke informatie aan derden die niet bij de behandeling zijn betrokken.
Naar het oordeel van het College zijn deze bezwaren zwaarwegend. Het gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is. Daar komt bij dat, zoals appellanten hebben betoogd, vertrouwelijkheid en geheimhouding bij de behandeling van psychische klachten van groot belang zijn. Het kunnen waarborgen daarvan is dan ook voor appellanten - ongeacht de door verweerster opgeworpen vraag of alleen door patiënten een beroep op artikel 8 EVRM kan worden gedaan - uit hoofde van het deugdelijk kunnen uitoefenen van hun beroepspraktijk, een zelfstandig bij de tariefbeschikking in aanmerking te nemen belang."


