header2

citaat marcus aurelius


 

Redactie Beroepseer

Redactie Beroepseer

vrijdag, 22 september 2017 13:09

Examenonrecht ‘en effet’

Blog van Ben Wilbrink, 20 september 2017: https://benwilbrink.wordpress.com

  • Bij deze blog. Dit stuk vooronderstelt kennis van het wereldje rond onze eindexamens. Zo ga ik hier niet uitleggen wat een N-term is. Wie daar meer over wil weten: zoek hier: http://www.wiskundebrief.nl/. De voorzieningenrechter heeft het kort samengevat in zijn vonnis in de zaak ‘en effet’, de aanleiding voor al dit rumoer: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334
  • Een eigenaardigheid in het volgende is dat ik graag verwijs naar eigen publicaties uit een ver verleden. Toch zijn die verwijzingen strak functioneel in het betoog, sla ze er dus vooral ook op na.

Ameling Algra, oud medewerker van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), geeft in de WiskundE-brief http://www.wiskundebrief.nl/785.htm#2 uitleg over de zorgvuldige, eerlijke en rechtmatige procedures van het CvTE bij achteraf gebleken problemen met bepaalde examenvragen. Het is een belangrijk stuk, want het CvTE is nogal gesloten over de eigen werkwijzen. Alle dank voor deze bijdrage aan het debat over het CvTE en zijn methoden. Een contra-expertise kan natuurlijk niet uitblijven, al was het maar omdat het vonnis van 28 augustus in de zaak ‘en effet’ veel vragen heeft opgeroepen. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334 Redactioneel commentaar van de NRC: “Het [CvTE] blaast zichzelf op als het moddert met examens en examinandi.” https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/28/gezakt-met-het-eindexamen-frans-kan-de-rechter-niet-uit-de-voeten-12710748-a1571352 Sterker contrast met Algra is nauwelijks denkbaar, dus hoe zit dat?

'Het recht van de examenkandidaat van vlees en bloed als uitgangspunt', schrijft Algra. Maar wat is dat recht? Algra zwijgt erover. Laat ik iedereen meteen uit de droom helpen: de examenkandidaat die haar recht wil halen, moet met een advocaat naar de burgerlijke rechter stappen. Dat is in het ho echt anders, de wetgever heeft daar voorzien in colleges van beroep voor de examens.

De burger in conflict met een overheid kan in beroep volgens de 'Wet administratieve rechtspraak BES'. Je zou denken dat de examenkandidaat in conflict met het CvTE daar dus ook beroepsrecht heeft, maar helaas, de wetgever sluit dat uit (art 7 lid j). http://wetten.overheid.nl/BWBR0028455/2015-01-01 Mijns inziens berust die uitsluiting op misvattingen over examens en hun mogelijke problemen; laat de politiek eindexamenkandidaten dezelfde rechten op bezwaar en beroep geven als in het ho bij wet geregeld, kwestie van gelijke behandeling toch?

Wat volgt hieruit? Dat het recht van eindexamenkandidaten een zwart gat is, maar dat het, wanneer het geregeld zou worden, onder enige systematiek van het administratief recht zal vallen: volgens art. 9 lid 1b in die wet, kan beroep worden ingesteld 'ter zake dat de beschikking in strijd is met: een algemeen rechtsbeginsel'. Aha. Hier betreden we een terrein dat het CvTE onbekend lijkt te zijn, maar dat wel de kern is van bijvoorbeeld de studierechten (in het wo) zoals door Job Cohen in zijn proefschrift beschreven, anno 2017 nog steeds hèt handboek voor onderwijsrecht bij toetsen en examens. Volledige tekst: http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981.

Algemene rechtsbeginselen zijn geen wetten, maar beginselen zoals die in het algemeen rechtsbewustzijn van u en ik leven. Ik noteerde ze 40 jaar geleden al eens, met dank aan Peter Nicolai (bestuursrecht): http://benwilbrink.nl/publicaties/77CesuurbepalingCOWO.htm#6.1. Cohen droeg het verder: het recht krijgt hier immers vorm in de jurisprudentie, en die behandelt hij in zijn proefschrift (gescand): http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981. Dat gaat weliswaar maar tot 1980, maar de aard van het beestje is dat die rechtsbeginselen nog steeds dezelfde zijn: zoals fair play, rechtszekerheid, motivering, verbod van willekeur, gelijkheid, geen misbruik van bevoegdheden.

Oké, wat we nu gewonnen hebben is een taal, een juridisch kader bovendien, waarin examenkwesties zinvol te plaatsen en te analyseren zijn. Dus ook de praktijk van het CvTE zoals Algra die schetst. Ik geef mijn analyse in de vorm van vier stellingen; ik ben tenslotte geen jurist, maar een eenvoudige examenexpert. Of zoiets. Hoewel: het is prima om eerst op het eigen rechtsgevoel af te gaan, en dat dan thuis te brengen bij deze algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Stelling 1. De N-term gebruiken om achteraf gebleken scoringsproblemen te corrigeren is misbruik van de bevoegdheid om te equaten.

Toelichting: De wetgever maakt in http://wetten.overheid.nl/BWBR0025364/2014-08-01 helder onderscheid tussen de taak om antwoorden te beoordelen (scoren) in art. 2.2d en de taak om voor van jaar tot jaar vergelijkbare cijfers te zorgen (equaten, CvTE doet dat met vasstellen van een N-term) in art. 2.2e. Het CvTE gooit de systematiek van de wetgever door elkaar door bevoegdheid 2.2e te gebruiken voor problemen die met de bevoegdheid 2.2d aangepakt moeten worden. Anders gezegd: het CvTE handelt met zijn N-term-beleid in strijd met de wet.

Zie: Het CvTE (13 juni 2017). “Voor de duidelijkheid: leerlingen maak je geen zorgen. Als er fouten worden geconstateerd in examens, dan repareren we dat met de N-term”. https://twitter.com/hetcvte/status/874675232921067520 Ik schreef in antwoord daarop: https://twitter.com/benwilbrink/status/874753094659317761 “Pieter, repareren met N-term doet geen recht aan het ontstane onrecht. Download hier het proefschrift van Job Cohen:” http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981 Het bleef stil.

Stelling 2. Opnieuw vaststellen van de N-term na de N-term-aanpassing wegens compensatie is willekeur, immers zie stelling 1.

Stelling 3. Op zich is compensatie van scores/cijfers (tja, het is een warboel) via de N-term in strijd met het gelijkheidsbeginsel: ongelijke gevallen worden ten onrechte gelijk behandeld.

Toelichting. Een aanpassing van de N-term geeft ALLE examenkandidaten extra/minder punten, ook al zijn deze gevallen evident ongelijk. De strekking van het beginsel is gelijke gevallen gelijk te behandelen, en ongelijke gevallen naar de mate van hun ongelijkheid. Dat is een nuance anders dan de formulering in artikel 1 van de Grondwet, maar daar gaat het dan ook om uitsluiten van discriminatie.

Anders gezegd: als bij een beroep van een enkele kandidaat geen andere kandidaten zijn betrokken, laat die er dan ook buiten. Ook al heeft de helft van de kandidaten ‘en effet’ als antwoord gegeven: neem daar een op zich passende maatregel voor, nodig kandidaten die daardoor net zijn gezakt uit om zich te melden (hooguit een handvol?).

Stelling 4. In een individueel geval compensatie voor een erkende fout weigeren is puur onrecht. Weigeren wegens die N-term-correcties, zoals in het casus ‘en effet’ is bovendien willekeur (want zie stelling 1. & 2.).

Een probleem van andere orde, want lastig door examenkandidaten aan te klagen, is de manier waarop het CvTE zich van zijn taken kwijt. Ik kan dat hier niet verder behandelen, maar de stelling is dat het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens over de top is, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs. En vernederend voor de leraren. CvTE-voorzitter Pieter Hendrikse (1-9-2017): ”Betrokken docenten en toetsexperts dienen unisono tot conclusies te komen.” In https://www.cvte.nl/actueel/weblog/weblogberichten/2017/unisono-kanttekeningen-bij-een-kort-geding Dat is echt niet realistisch. Gelukkig geeft Hendrikse hier ook aan over deze problematiek het gesprek aan te zullen gaan.

Dit stemt allemaal niet vrolijk. De voorzieningenrechter heeft het gerommel van het CvTE voorlopig gedekt. Het zou een goede zaak zijn wanneer er een hoger beroep komt waarin de schijnwerpers op de door formalistische regels afgedekte willekeur van het CvTE zijn gericht. Misschien kan het LAKS hier een initiatief in nemen, en zich verstaan met advocaat Brussee. Ondertussen kan het CvTE zijn knopen tellen, en zorgen dat de eigen expertise op behoorlijk peil komt.

Stelling 5. Het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens is over de top, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs.

In het onderwijs is perfecte overeenstemming tussen onafhankelijke beoordelaars een illusie. Tegen beter weten in jagen velen dat toch als een ideaal doel na, door de leerstof in kinderachtige kleine brokjes op te knippen, open vragen te vervangen door meerkeuzevragen, en zelfs door beoordelaars te trainen in het consequent toepassen van bepaalde beoordelingscriteria. Allemaal kunstgrepen die het onderwijs en zijn leraren in procrustesbedden persen/hakken/rekken.

Voor meerkeuzevragen is het, na even nadenken, toch evident dat ze niet objectief zijn. De Amerikanen zeggen dat het hier om frozen subjectivity gaat. Herken dat maar als willekeur. Ik heb het al in 1977 uit mogen leggen aan een zaal waarin vrijwel de hele staf van het Cito zat te popelen om mij van weerwoord te bedienen: http://benwilbrink.nl/publicaties/77KeuzevragenORD.htm Is het inderdaad willekeur? Ja, want vooral betere kandidaten bedenken nogal eens originele interpretaties en oplossingen, om er genadeloos (want ‘objectief’) op afgestraft te worden.

Het grappige is nu dat bij keuzevragen het goede alternatief is te zien als het modelantwoord, door CvTE scoringsvoorschrift genoemd.

Bij de meerkeuzevraag staat dat modelantwoord afgedrukt naast foute alternatieven, terwijl bij eindexamens de kandidaten het scoringsvoorschrift pas achteraf te zien krijgen. Examenopgaven zijn dus nog minder eerlijk dan de keuzetoetsvragen, zeker wanneer dat scoringsvoorschrift in de regelgeverij van het CvTE een algemeen verbindend voorschrift is: de docent die ervan afwijkt kan met loeiende sirenes worden afgevoerd naar de plaatselijke lik. Ik overdrijf, maar deze formalistische gekkigheid moet onmiddellijk stoppen. Alles staat op gespannen voet met het beginsel van fair play: achteraf pas te zien krijgen langs welke pseudo-objectieve meetlat je antwoord is gelegd; leraren de mond gesnoerd en in hun professionaliteit beknot.

Toch blijft er het probleem dat professionals in hun oordelen vaak verschillen, hoe kun je daarmee eerlijk omgaan? Zie het begin van mijn presentatie in het Cito, 1994, waar ene Don en ene Wim, superexperts, examenwerk onafhankelijk van elkaar verschillend beoordelen — u verwachtte het al: http://benwilbrink.nl/publicaties/94AlgemeenToetsmodelCITO.htm Omdat van examenkandidaten niet verwacht mag worden dat zij verschillen in expert-oordelen kunnen voorspellen, is een gouden regel de kandidaten het voordeel van het verschil te geven: hoogst gegeven oordeel telt. Dat is fair play.

Het CvTE heeft hiermee te maken, het zou mooi zijn wanneer het CvTE de kwaliteit van examens verder helpt, in plaats van een unieke eigen wijs te fluiten zoals door Algra en Hendrikse beschreven.

Ben Wilbrink



Zie ook: Rekentoetsen en de wetgever: een parlementair ongeval, Groepsblog Beroepseer, 26 november 2013: www.beroepseer.nl

 

 

abc van het makenDrie organisaties krijgen subsidie voor het organiseren van een makersevenement waar docenten, leerlingen en studenten in alle onderwijssectoren aan de slag kunnen met creativiteit, technologie en ambachten. De evenementen, die in 2018 plaatsvinden, moeten docenten inspireren om in het onderwijs meer te doen met ‘maken’.

“Maken maakt leerlingen en studenten creatief, kritisch en ondernemend en stimuleert analytisch denken en samenwerken”, zegt minister Bussemaker van Onderwijs: “Ik vind het daarom belangrijk dat maken in alle onderwijssectoren aan bod komt. En het is natuurlijk vooral ook leuk om te maken”.

Regeling Landelijk Makersevenement

Voor de regeling Landelijk Makersevenement is 500.000 euro beschikbaar. Van de 18 subsidieaanvragen zijn er 3 gehonoreerd. De Stichting Crafts Council Nederland krijgt 150.000 euro voor de ontwikkeling van een Leerroute Maakonderwijs en voor het organiseren van de Week van het Maken, waarin op verschillende zaterdagen in musea door heel Nederland gemaakt en geleerd kan worden, een open atelier-route kan worden gevolgd en waarin de HOW&WOW tentoonstelling tijdens Dutch Design Week 2018 de centrale plek vormt voor alles dat is gemaakt.

Het Nationale Theater krijgt ruim 80.000 euro voor een tweedaags makersevenement en een festivalavond. De Stichting Waag Society en een landelijke netwerk van partners krijgen ruim 268.000 euro voor een festival waar leerkrachten en kinderen hun maakprojecten presenteren, masterclasses krijgen en inspiratie opdoen om maakonderwijs naar de klas te brengen.

Makersevenementen in het onderwijs, Rijksoverheid, 21 september 2017: www.rijksoverheid.nl

Arre Zuurmond (1959) is sinds 2013 ombudsman voor de metropool Amsterdam. In die hoedanigheid probeert hij klachten van burgers over de overheid op te lossen en onbehoorlijke en ontoereikende dienstverlening van de overheid te herstellen en waar mogelijk te voorkomen. Daarvoor trok Zuurmond als wetenschappelijk directeur en medeoprichter van de Kafkabrigade al vanaf 2005 ten strijde tegen onnodige overheidsbureaucratie. Zijn stelling is dat de kwaliteit van overheidsdienstverlening ernstig tekortschiet en onvoldoende aansluit bij wat burgers nodig hebben.

In gesprek met Maurits Hoenders vertelt Zuurmond over zijn ervaringen en geeft hij aan op welke manieren de overheid beter en effectiever kan functioneren. Aan de hand van een speciale casus illustreert hij de invloed van zijn werk en de methode waarmee hij een diep probleem tot een bevredigende oplossing wist te brengen. Deze casus laat zien hoe lastig het is om een vraagstuk om te zetten in een verandering van wetgeving

Zuurmond besluit met het benoemen van de basiskennis en -techniek die elke ambtenaar behoort te beheersen en spoort de ambtenaar aan de blik eens te wenden naar de wereld van de kunst: “Als het gaat om (het ontwikkelen) van vakmanschap kunnen we een hoop leren van de kunstenwereld. Neem bijvoorbeeld muziek: hoe meer regels en hoe meer techniek de musicus beheerst, des te gemakkelijker verloopt de communicatie tussen musici uit verschillende muziekscholen of muziekstijlen. Zet een ambtenaar van een ministerie, een provincie, een grote gemeente en een kleine gemeente bij elkaar. Wat krijg je? Spraakverwarring, miscommunicatie, onbegrip, ruzie. Zet onderlegde musici van verschillende scholen of muziekstijlen bij elkaar. Wat krijg je? Binnen de kortste tijd zijn ze samen aan het musiceren”.

.

arre zuurmond

 

Klik hier voor interview
met Arre Zuurmond

 

 



Arre Zuurmond:
Vanuit mijn rol probeer ik actief de blinde vlekken
op te zoeken en daarover met de  overheid in gesprek te gaan
.

 

jordi lammersJordi Lammers is voor een jaar ´Writer in residence’ bij stichting Beroepseer. Hij schrijft regelmatig voor ons een verhaal over werkende mensen, over mensen die zorg dragen voor de ander en zorg ontvangen. Hoe gaan zij om met de dilemma’s en emoties die daarmee gepaard gaan? Vandaag publiceren wij zijn zevende verhaal, In de tussentijd.

Begin van In de tussentijd:
--- Voor zijn gevoel was Hans al uren rondjes door zijn kantoor aan het lopen, wachtend op het moment dat de conciërge op zijn deur klopte en hem meenam. Af en toe liet hij zijn oog op de ingelijste poster van Jimmy Hendrix vallen. Het was weer zo’n dag dat de man met de wilde krullen en de openstaande blouse hem voortdurend bevelen gaf. Fiets naar huis, man, pak een gitaar op en verover de wereld. Bevelen die Hans probeerde te negeren, want zo simpel was het allemaal niet. Bovendien kon de televisieploeg elk moment arriveren.---
Verder lezen, klik hier.

Jordi Lammers (1996) is een student Nederlands uit Nijmegen. In zijn vrije tijd schrijft hij verhalen en gedichten, die onder andere op zijn webblog http://jordiilammers.tumblr.com te lezen zijn.
Voor het boek Het alternatief voor de zorg (2015) schreef hij het gedicht Mensenhanden.
Wie op de hoogte van zijn werk wil blijven, kan hem volgen op Twitter (@ladoublemers).
In het collegejaar 2015-2016 was hij de campusdichter van de Radboud Universiteit. In dit zelfde jaar behaalde hij de finale van de landelijke schrijfwedstrijd Write Now.
Op 25 november november 2016 maakte bliotheek Gelderland Zuid bekend dat Lammers een prijs krijgt vanwege zijn bijdrage aan de taalcultuur in de regio Nijmegen.

Klik hier voor eerste verhaal: Handen en voeten (28 september 2016).
Klik hier voor tweede verhaal: De achterkant van de zon (26 oktober 2016)
Klik hier voor derde verhaal: Ziekenhuiskunst (27 november 2016)
Klik hier voor het vierde verhaal: Het achterhoofd (23 februari 2017)
Klik hier voor het vijfde verhaal; Een prachtige pallia (13 april 2017)
Klik hier voor het zesde verhaal, Een mooie boom (7 juli 2017)

 

Hebben ggz-instellingen hun langste tijd gehad? is de vraag in het septembernummer 2017 van het vaktijdschrift De psychiater. De vraag naar psychiaters is in de afgelopen jaren verder gestegen. In het tweede kwartaal van 2017 waren er maar liefst 786 vacatures, ruim 100 meer dan in het eerste kwartaal. Een kantelpunt lijkt bereikt: niet alleen de perifere, maar alle instellingen lijken nu naarstig op zoek naar behandelaren. Maakt werken in loondienst aantrekkelijker, klinkt het. Of moet het roer radicaal om? Hebben de instellingen zoals we die kennen hun langste tijd gehad? In het nummer komt Marijke van Putten aan het woord. Zij is lid van de Raad van Bestuur GGZ Noord Holland Noord. Als het aan haar ligt komt er een ’GGZ zonder bedden’. Ook lijkt het haar een goed idee psychiaters en psychologen meer in teams te laten werken en ze de kans te geven zich met onderzoek bezig te houden.

Financieel gaat het niet goed met de instellingen. In augustus 2017 kwam het bericht dat het financiële resultaat van alle ggz-instellingen in Nederland is gehalveerd ten opzichte van 2015. Uit de jaarverslagen blijkt dat de oorzaken zijn: dalende tarieven en productievolumes, gestegen personeelskosten en de nabetaling van de onregelmatigheidstoeslag.

Humaniteit boven bureaucratie

Psychiater Cobie Groenendijk is per 1 september 2017 gestopt met haar werk voor een grote GGZ-instelling en werkt voortaan alleen nog contractvrij. Ze leeft liever met financiele onzekerheid dan nog langer verplicht te zijn eindeloos lijsten in te vullen in een systeem dat de privacy van de patiënt niet kan waarborgen.
De maand september grossiert overigens in nieuwsberichten over de GGZ. Een paar voorbeelden.
Op 14 september meldt GGZ Connect dat het verzuimpercentage in de GGZ is gestegen in het tweede kwartaal van 4,91 in 2016 naar 5,46 in 2017. Niet eerder was het verzuimpercentage zo hoog in de afgelopen drie jaar. Oorzaak van de stijging van het verzuimpercentage is met name het langdurig verzuim. Deze is met 20,2 dagen hoger dan een jaar geleden en laat ten opzichte van de vorige voortschrijdende periode een stijging zien. De gemiddelde duur van het verzuim is niet eerder zo hoog geweest.
GGZ Nieuws meldt dat GGZ Nederland kaalslag vreest in de jeugd-ggz en hoogleraar Psychiatrie Jim van Os vraagt zich af of het moment niet gekomen is om te concluderen dat de GGZ de afgelopen tien jaar ernstig is ge-mis-managed en of het niet tijd is voor een parlementaire enquête?
In september werd er ook weer een bijeenkomst gehouden over privacy en ROM in de GGZ, georganiseerd door de actiegroep Stop Benchmark met ROM. De actiegroep strijdt al langere tijd op diverse manieren tegen de door de zorgverzekeraars verplichte aanlevering van patiëntengegevens aan de Stichting Benchmark GGz (SBG). Dit zou indruisen tegen de privacy van patiënten. Er zijn intussen genoeg alternatieven gepresenteerd door de sector, maar het blijkt bijzonder moeilijk in de zorg eens een andere weg in te slaan en humaniteit boven bureaucratie te plaatsen. Piet Verhagen, hoofdredacteur van De psychiater wijst er nog eens op: “De politieke werkelijkheid staat zo vaak mijlenver af van de dagelijkse werkelijkheid in de ggz”, daarmee hoogleraar Damiaan Denys citerend, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Wim J.Jongejan, (niet-praktiserend) huisarts vat in zijn blog nog eens de geluiden samen die nu al meer dan tien jaar lang te horen zijn op de podia van niet alleen de zorgsector maar van alle beroepsgroepen. De dieper liggende oorzaak van al dat beroepszeer is het omarmen van de principes van het New Public Management (NPM) door de Haagse bestuurderen in de jaren negentig.

Klik hier voor lezen van Taylorisme en New Public Management als destructieve, (de)fragmenterende en deprofessionaliserende krachten in de GGZ, Zorg-ICT Zorgen, 17 september 2017: www.zorgictzorgen.nl

Hebben ggz-instellingen hun langste tijd gehad? door Maurice Timmermans, De Psychiater, no 6, september 2017: https://depsychiater.nl

Verzuim in de ggz gestegen in het tweede kwartaal 2017, GGZ Connect, 14 september 2017:
www.ggz-connect.nl

Impressie Lancering boek Het alternatief voor de zorg in gebouw 'Het hart van de gezondheidszorg', Groepsblog Beroepseer, 19 november 2015: www.beroepseer.nl

omslag enquete gebroken beloften politie sp september2017Op 1 januari 2013 ging de Nationale Politie van start. De Nationale Politie moest de 26 politiekorpsen vervangen door één nationaal politiekorps. Door de invoering van de Nationale Politie zou de dienstverlening beter, de bureaucratie verminderd en Nederland veiliger worden. Minister Opstelten zei in zijn toespraak bij de officiële start van Nationale Politie op 3 januari 2013:

“Om te beginnen zal de Nationale Politie beter bereikbaar zijn en betere dienstverlening leveren. Zo komt er straks een uniform, eenvoudig en klantvriendelijk aangifteproces, dat overal in het land hetzelfde is. De burger, maar ook de ondernemer, kan dan 24 uur per dag, wáár dan ook, aangifte doen – aangifte op maat: telefonisch, via internet, op het politiebureau of bij hem thuis. De Nationale Politie zal bovendien minder bureaucratisch zijn [...]

De tijd die vrijkomt door het schrappen van veel overbodige administratieve rompslomp, komt geheel ten goede aan een betere operationele inzet: surveilleren, rechercheren, observeren, informatie inwinnen en waar nodig snel en krachtdadig ingrijpen. Dat zal leiden tot een significante verbetering van de prestaties van de politie [...] en aan het daadwerkelijk veiliger maken van Nederland!”

De vraag is of bijna vijf jaar na de invoering de beloftes van de Nationale Politie zijn waargemaakt. Zijn onze agenten inderdaad beter in staat om hun werk te doen? Is er minder bureaucratie? Is de dienstverlening aan de burger verbeterd? Zijn de voorzieningen waarmee onze agenten moeten werken wel op orde? En is Nederland nou echt veiliger geworden?

De mensen die daarop het beste antwoord kunnen geven zijn onze agenten zelf. Daarom startte de Socialistische Partij in juli een enquête onder ruim 1.600 agenten. Zij kregen de beloftes van de Nationale Politie voorgelegd en hen werd gevraagd naar hun ervaringen. 63,43 procent van het politiepersoneel dat heeft meegedaan aan deze enquête heeft een uitvoerende functie. 11,74 procent heeft een leidinggevende en 21,45 procent heeft een ondersteunde functie. 84,08 procent van de deelnemers werkt 10 jaar of langer bij de politie, 8,97 procent 5 tot 10 jaar en de overige deelnemers minder dan 5 jaar.
De meeste deelnemers zijn tussen de 45 en 60 jaar oud (48,56 procent). 27,6 procent is tussen de 25 en 45. 19,61 procent is 60 jaar of ouder. Een kleine groep van 1,23 procent is jonger dan 25.

uitkomsten enquete 1627 agenten sp septembe2017

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verbijsterend

In een toelichting in The Post Online schrijft Ronald van Raak, Tweede Kamerlid en initiatiefnemer van de enquête dat de resultaten verbijsterend zijn: “Agenten geven aan dat zij dankzij de Nationale Politie hun werk minder goed kunnen doen en dat ons land onveiliger is geworden. In ons enquête-onderzoek [...] heb ik ook nog een andere vraag gesteld, naar wat zij vinden dat de grootste problemen zijn in Nederland. Een vraag die ik tijdens werkbezoeken vaker stel, maar die ik nu aan veel politiemensen tegelijk heb voorgelegd.

De antwoorden zijn zeer uiteenlopend, omdat ook agenten verschillend zijn. Toch is er één onderwerp dat er echt uitspringt en dat is de polarisatie, waarbij vooral de politiek en de media er flink van langs krijgen. Individualisering en verhuftering, intolerantie en verharding. Een toenemende armoede en een groeiende tweedeling in de samenleving zijn zaken die ook veel worden genoemd:

Polarisatie in media en politiek. Sfeermakers in de publieke opinie. Het elkaar gek maken via (sociale) media. Sociaal isolement. Verdeeldheid. Armoede. Het is niet eens een verharding in de maatschappij, meer een desinteresse. Geen rekening houden met de ander.

Er is ook een agent die opmerkte: “Ik zie een verbetering bij de jeugd. Ik merk dat deze groep er weer zin heeft en het gedrag van de generatie hiervoor niet accepteert”. Wel is het dan ook weer oppassen, want er is jeugd die niet accepteert dat men kritiek levert en een - terechte - klacht beschouwt als een aanval op hun eigen persoonlijkheid.

Klik hier voor downloaden van rapport De gebroken beloften van de Nationale Politie - De agent aan het woord, SP, september 2017: www.sp.nl

Politieagenten houden ons een spiegel voor, Ronald van Raak, The Post Online, 15 september 2017: http://politiek.tpo.nl

SP vraagt agenten naar mening over Nationale Politie, SP, 18 juli 2017: https://www.sp.nl

 

omslag zorgvisie september 2017Hans Feenstra, bestuursvoorzitter van het Martini Ziekenhuis in Groningen. adviseert de zorgverzekeraars op te doeken.. Er moet volgens hem gestopt worden met de marktwerking en veel meer regionaal worden samengewerkt. In het septembernummer van vaktijdschrift Zorgvisie legt hij uit dat er geen betere zorg ontstaat door concurrentie: “We moeten ophouden te doen alsof concurrentie leidt tot betere zorg. Het is een liberaal dogma dat alleen maar leidt tot onnodig hoge reserves bij zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Geld waarvoor burgers geen zorg krijgen. Het systeem prikkelt zorgaanbieders tot meer behandelingen en diagnoses doen dan strikt noodzakelijk is.

Regionaal

Volgens Feenstra, die zelf acht jaar voorzitter was van zorgverzekeraar De Friesland, kunnen regionale overheden de rol van de verzekeraar overnemen. Zorgverzekeraars maken hun regierol in het zorgstelsel niet waar en zijn in feite overbodig. De echte budgetonderhandelingen doet het ministerie via de meerjarige zorgakkoorden. Zorgverzekeraars zijn in de rol van uitvoerders gekomen. Regionale overheden kunnen de rol van verzekeraars als inkopers prima overnemen, met prikkels voor beter presteren, zoals in Zweden gebeurt.

NZa en ACM hinderen samenwerking

Regionale samenwerking levert volgens Feenstra veel meer op, maar de marktmeesters Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) vormen daarbij hinderlijke obstakels.“Geef partijen de ruimte om zelf afspraken te maken, geef ze een bonus voor samenwerking. Geef ziekenhuizen prikkels om zaken af te stoten en stimuleer goede samenwerking met huisartsen. Ik geloof heilig dat samenwerking veel meer oplevert”.

In hetzelfde nummer van Zorgvisie toont onderzoeker Leo Vandermeulen van adviesbureau Prismant aan dat meer concurrentie helemaal niet leidt tot lagere tarieven en efficiëntere zorg. Hij komt tot deze conclusie op basis van data uit het Diagnose Informatie Systeem (DIS) uit 2014; alleen de NZa beschikt over recentere informatie. Vandermeulen roept de NZa op tot nader onderzoek op basis van recente data om vast te stellen of het zorgstelsel wel de beoogde doelen oplevert: betere kwaliteit, lagere tarieven en meer doelmatigheid.

Feenstra: ‘Afscheid nemen van marktdenken’, Zorgvisie, 28 augustus 2017: www.zorgvisie.nl

Topman Martini Ziekenhuis: 'Doek zorgverzekeraars op', RTV Noord, 28 augustus 2017: www.rtvnoord.nl

 

wiepke cahn oratie 12 september 2017Zestig procent van de psychiatrische patiënten heeft ook lichamelijke aandoeningen en dertig procent van de patiënten met een lichamelijke aandoening heeft ook psychiatrische problemen. Een blinde vlek in de medische wereld omdat er vooral vanuit specialismen behandeld wordt, volgens Wiepke Cahn, hoogleraar Lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen bij het UMC Utrecht Hersencentrum. Tijdens haar oratie op dinsdag 12 september 2017 pleitte Cahn voor een meer integrale benadering van ziekte – de mens in zijn omgeving:“We moeten af van het hokjesdenken. Doordat we niet naar de hele mens kijken, vallen grote groepen mensen tussen wal en schip”.

In 2016 kostte de gezondheidszorg in Nederland 70 miljard euro, ongeveer 25-30% van de totale overheidsuitgaven. In vergelijking met ons omringende landen geeft Nederland meer geld uit aan de behandeling van psychiatrische aandoeningen. Toch lijkt dit zich niet te vertalen in een betere gezondheid van patiënten. Wiepke Cahn: “De gapende kloof tussen lichamelijke en psychische ziektes komt voornamelijk door de manier waarop de zorg op dit moment is ingericht. De scheiding tussen de geestelijke gezondheidszorg en de rest van de medisch specialistische zorg, belemmert de genezing van veel patiënten”.

Verwaarlozing

Ook de psychiatrie heeft volgens Wiepke Cahn te weinig aandacht voor de mens als geheel. “De levensverwachting van mensen met een chronische psychiatrische aandoening met 15-20 jaar is afgenomen. De belangrijkste doodsoorzaken zijn hart- en vaatziekten, maar ook andere lichamelijke aandoeningen zoals diabetes en kanker komen vaker voor bij mensen met een psychiatrische aandoening. Je kunt eigenlijk zeggen dat de psychiatrie de lichamelijke gezondheid van patiënten schromelijk heeft verwaarloosd”.

Zorg in de buurt

Cahn ziet op verschillende fronten mogelijkheden om een langer en beter leven voor patiënten te bewerkstelligen. “Onderzoek naar het verbeteren van medicijnbeleid is een must. Daarnaast moeten we inzetten op leefstijl en gedragsverandering. Niet makkelijk, zeker niet als je ziek bent, dus daar is gespecialiseerde ondersteuning bij nodig. Ik denk ook dat het goed is om affiniteit met de psychiatrie te toetsen bij de toelating tot de verschillende opleidingen, te beginnen met de geneeskunde. Het belangrijkste is om goed na te denken over een andere organisatie van zorg in Nederland. We moeten de wijk in, de gemeente en uitkeringsinstanties betrekken. Alleen door integratie van de psychiatrie in de rest van hulp- en zorgverlening zal de patiënt beter herstellen en zijn weg vinden binnen een gezondere maatschappij”.

“Hokjesdenken in de zorg belemmert de genezing van de patiënt”, UMC Utrecht, dinsdag 12 september 2017: www.umcutrecht.nl

Meer info over Wiepke Cahn bij UMC Utrecht:www.umcutrecht.nl/Cahn-W

 

omslag onderwijsfilosofen in actie joop berding izaak dekkerJoop Berding en Izaak Dekker gaven zeven jaar samen les aan de masteropleiding Pedagogiek van Hogeschool Rotterdam. Voor Berding waren het de laatste zeven jaar van zijn carrière als docent  - hij is met pensioen gegaan - voor Dekker waren het zijn eerste jaren.
In het essay Onderwijsfilosofen in actie blikken beide docenten terug op die periode. Hun essay werd gepresenteerd tijdens het Startsymposium Master Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam op 25 augustus 2017 dat ging over Visies en idealen... voor en in de klas.

De Master Pedagogiek is bedoeld voor professionals die hun inzicht willen verbreden. Het accent ligt op beleid, maatschappelijke en politieke theorie rond opvoeden en onderzoek doen. De opleiding is sterk gericht op het naar binnen halen van kennis uit de beroepspraktijk en deze toe te passen in het onderwijs. Veel studenten werken in het onderwijs en de (jeugd)zorg, sommigen in de creatieve of therapeutische sfeer, bij de politie of hebben een eigen bedrijf.

John Dewey en Hannah Arendt

Het essay begint met de betekenis van de onderwijsfilosofie van de Amerikaanse pedagoog en filosoof John Dewey (1859-1952) die een onuitwisbare invloed heeft gehad op het denken over onderwijs en lesgeven van de beide docenten: “Het zijn inzichten die je, eenmaal opgedaan, niet meer ‘ont-leert’. Je kunt ze nuanceren en eventueel aanlengen met wat alledaagse pragmatiek, maar het inzicht blijft hangen. Het is een reis die wel weer terug naar huis kan leiden, maar nooit meer kan worden vergeten. En het blijft niet bij die ene reis”.
Ook het werk van de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) had dat effect...“alhoewel haar gedachtengoed ons gek genoeg een heel andere kant uit leidde. Waar Dewey de ogen opent voor de mens als het biologische wezen en leren als organisch proces, wijst Arendt je overtuigend op de principiële verantwoordelijkheden van de opvoederende mogelijkheden maar ook de beperkingen van het onderwijs. Dit is het bijzondere van wat bij sommigen bekend staat als onderwijsfilosofie en bij anderen als theoretische pedagogiek. Beide hebben de reputatie abstract te zijn. Het gaat vaak niet om individuele casussen maar om theorieën, niet om praktische oplossingen maar om de achterliggende vragen. Als docent kun je je daarom afvragen wat je in je hectische praktijk van alledag met onderwijsfilosofie of theoretische pedagogiek te maken hebt. Het antwoord is toch echt: heel veel. Onderwijsfilosofie gaat namelijk over wie jij wilt zijn als docent, hoe mensen volgens jou leren en willen ‘verschijnen’ in de wereld en hoe je omgaat met kinderen en jongeren, ook in hun ‘rol’ als leerling of student”.

Voor professionals en instellingen in het onderwijs (en breder de pedagogische sector) is het onmogelijk neutraal te zijn, aldus de auteurs: ”Of je nou compleet intuïtief of juist evidence-based werkt, in beide gevallen draag je uit waar je voor staat, wat je belangrijk vindt en welke rolverdeling je voor de student en jezelf voor ogen hebt. Door te doceren impliceer je te weten waar onderwijs voor is bedoeld. Leren heeft altijd een richting nodig: leer je bijvoorbeeld om bij een groep te horen, een ‘zelf’ te worden, om kennis te vergaren of om simpelweg een diploma te bemachtigen? Welk van deze doelen steunen en organiseren we als samenleving en waarom? Wat hoort daar minimaal bij en wat legitimeert wie om zich daarmee te bemoeien?”

Zeven belangrijke inzichten

Berding en Dekker beschrijven wat ze hebben geleerd, wat er is gelukt en wat er soms misging. We komen te weten als lezer wat er gebeurt als een docent de onderwijsfilosofie in praktijk brengt. Het essay is gestructureerd aan de hand van verschillende praktijksituaties waarin zij twijfelden hoe zij als docenten moesten handelen. Deze situaties interpreteren ze met de pedagogische theorieën die centraal staan in de masteropleiding. Lukte het de theorie in praktijk te brengen? Was dat eigenlijk wel mogelijk, of wenselijk? Deze vragen en reflectie daarop zijn uitgemond in zeven belangrijke inzichten of zeven lessen over visies en idealen in en voor de klas

Klik hier voor downloaden van Onderwijsfilosofen in actie, door Joop Berding en Izaak Dekker, Masteropleiding Pedagogiek Hogeschool Rotterdam, 2017.

joop berding izaak dekker hogeschool rotterdam master pedagogiek

 

 

 

 

 

 


Links Joop Berding met naast hem Izaak Dekker tijdens de presentatie van hun
essay
Onderwijsfilosofen in actie op het Startsymposium Masterpedagogiek
van de Hogeschool Rotterdam op 25 augustus 2017

 

Onder het motto NPO Radio 1 bij de les stelde de radiozender van 3 tot en met 8 september 2017 luisteraars de vraag: hoe kan het onderwijs in Nederland nog beter?

Pierre Wind, topkok, docent en eerste Kok des Vaderlands (in 2014) heeft uitgesproken meningen over het onderwijs. Op de laatste dag van de serie vertelde hij hoe het onderwijs beter kan. Een ding is duidelijk: als Pierre Wind voor de klas staat, let je op. “Ik ben echt heel streng”. Hij geeft vier tips voor het onderwijs.

1. Regeer met een ijzeren vuist

Als docent aan het Mondriaan College voor Horeca en Toerisme en aan de HAS in Den Bosch regeerde hij met een ijzeren vuist over zijn leerlingen. Telefoon tevoorschijn halen? Prima, maar dan ben je hem twee weken kwijt. Spijbelen? Geen probleem, maar de gemiste dag haal je wel twee keer in.
Wind: “Ik ben een tiran met passie. Ik wil dat ze de stof oppakken en dat ze leren koken en van het vak gaan houden. Een student hoeft het niet leuk te vinden, maar hij moet wel denken: hier heb ik wat aan.''
...
“Ik maak me heel veel zorgen. De laatste tien jaar wordt er vooral gekeken vanuit de student: hey student, wat wil jij? Ze worden gezien als klanten. Je moet helemaal niet luisteren naar wat studenten willen. Je moet zelf beslissen wat goed onderwijs is, en dat bied je aan”.

2. Pomp de basis erin

Wind noemt zichzelf conservatief en innovatief. Volgens hem moet een opleiding beginnen met twee jaar klassikale ervaring voordat het innovatieve, projectgerichte onderwijs kan beginnen. Die combinatie is volgens hem belangrijk want “die basiskennis moet je er gewoon inpompen. Als je de vakboeken die in de jaren tachtig op de lagere technische school werden gegeven nu zou toepassen bij het MBO, blijkt dat er toen meer inhoud over het vak gegeven werd dan nu”. Volgens Wind is het niveau van de lesstof dus enorm omlaag gegaan. En hoe komt dat?

3. Denk in de lange termijn

Vanwege de politiek en de veel te korte levensduur van hun onderwijsplannen. “Ze maken er een zootje van”, zegt Wind. “Waar ik helemaal gek van word is dat er om de vier jaar een nieuw onderwijsstructuur komt. Dat houdt in dat ik me niet kan bezighouden met innovatie van de lesstof maar de basis weer moet herijken. Dat is de ondergang van het onderwijs. Mijn oplossing: regel met alle partijen in de Kamer een beleid voor vijftien of zestien jaar. Je kan het wel verbeteren, maar de structuur mag niet veranderen”.

4. Beoordeel een docent op zijn resultaten

Wind stoort zich ook aan de sociale eisen die aan docenten gesteld worden. Dat een leraar vooral leuk gevonden moet worden is onjuist, en studenten die over docenten oordelen leveren volgens hem nooit objectieve resultaten op. “Het is absurd dat studenten tegenwoordig evaluatieformulieren over docenten kunnen invullen. Ik vind dat een docent beoordeeld moet worden op slagingspercentage en wat de algemene kennis is. Dan test je of een docent echt goed is.
Ik heb docenten gehad die ik m’n leven niet meer vergeet. Als ik bij een of twee leerlingen zo’n docent kan worden, die bepalend is geweest voor zijn of haar handelen, dan heb ik voldoende gedaan”.'

Een van de reacties op de uitzending luidt: “Maak die man alsjeblieft minister van onderwijs! Of topambtenaar. Die man heeft visie”.

Luister naar het gesprek: Npo Radio 1 Bij de les: Pierre Wind geeft tips voor het onderwijs: www.nporadio1.nl

 

Pagina 1 van 113
Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design